Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van zware mishandeling van [betrokkene 1] , in het licht van de tot het bewijs gebezigde getuigenverklaringen onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd. Het
tweede middelen het
derde middelbevatten klachten over het gebruik tot het bewijs van de verklaringen van [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
vierde middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling van de aangeefster [betrokkene 2] onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
Het vijfde middelbehelst de klacht dat het medeplegen van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
zesde middelbehelst de klacht dat de onder 3 bewezen verklaarde openlijke geweldpleging niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, omdat het schoppen en slaan door de verdachte niet in vereniging zou hebben plaatsgevonden.
zevende middelen de toelichting hierop wordt geklaagd dat de bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde (huisvredebreuk), in het licht van hetgeen door de verdediging in hoger beroep is aangevoerd, onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed.
achtste middel,in samenhang bezien met de toelichting daarop, behelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 5 ten laste gelegde (bedreiging), mede in het licht van hetgeen door de verdediging in hoger beroep is aangevoerd, onbegrijpelijk is, dan wel onvoldoende met redenen is omkleed.
negende middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde (belediging), mede in het licht van hetgeen door de verdediging in hoger beroep is aangevoerd, onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed.
tiende middelbehelst kennelijk de klacht dat de beslissing van het hof ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, omdat aan de benadeelde partijen niet rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit.