Conclusie
eerste middelklaagt over de afwijzing zowel door de poortraadsheer als door het hof van het verzoek van de verdediging om een nader onderzoek te laten instellen naar verdachtes geestvermogens.
tweede middelklaagt over de verwerping van het beroep op ontoerekeningsvatbaarheid en over de afwijzing van het verzoek om artikel 9a Sr toe te passen.
derde middelnoemt het onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij weet heeft van wat illegaal taxivervoer inhoudt, nu hij voorwendde dat zijn passagiers zijn vrienden waren. Zo een gevolgtrekking past niet bij het gegeven dat, volgens de steller van het middel, verdachte aantoonbaar de Nederlandse taal onvoldoende machtig is en dat verdachte gelet op zijn gebrekkige intelligentie en psychische problematiek, onvoldoende in staat is om zijn handelen, de feiten en het recht op juiste waarde te schatten.