Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zonder meer kan volgen dat bij het slachtoffer sprake was van zwaar lichamelijk letsel, zodat het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde onvoldoende met redenen is omkleed, althans niet zonder meer begrijpelijk is gemotiveerd.
Contusio cerebri(hersenkneuzing). Het is een feit van algemene bekendheid dat een hersenkneuzing andersoortig en zwaarder letsel is dan een hersenschudding. Bij een hersenkneuzing raakt, anders dan bij een hersenschudding, hersenweefsel beschadigd, terwijl de mate van herstel sterk varieert, van volledig herstel tot blijvende ernstige beperkingen. [8] De bewijsmiddelen houden echter evenmin iets in over de eventuele noodzaak van medisch ingrijpen ten aanzien van dit specifieke letsel en het uitzicht op (volledig) herstel. [9] Het komt erop neer dat in de bewezenverklaring letsel staat vermeld dat als zodanig nog niet als zwaar lichamelijk letsel is te kwalificeren, terwijl het daarin vermelde letsel niet wordt gedragen door de gebezigde bewijsmiddelen. In het licht van de hiervoor beschreven rechtspraak, schiet de motivering van de bewezenverklaring tekort.
tweede middelbehelst de klacht dat de beslissing van het hof op de vordering van de benadeelde partij, mede in het licht van een door de verdediging in hoger beroep gevoerd verweer, ontoereikend is gemotiveerd.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]