Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
BNB2015/146 had het Hof niet kunnen oordelen dat de Inspecteur is geslaagd in de op hem rustende bewijslast voor het ter beschikking stellen van voertuigen in de zin van artikel 13bis Wet op de loonbelasting 1964.
4.Regelgeving
EVRM
5.Wetsgeschiedenis autokostenforfait
Ficties en forfaits in het belastingrecht [14] zet de
Commissie ficties en forfaitsaan de hand van wetsgeschiedenis uiteen hoe het autokostenforfait, dat onder de Wet IB 1964 was neergelegd in artikel 42, in de loop der jaren achtereenvolgens werd verfijnd (gedifferentieerd), [15] dan weer werd vergroofd [16] en bovendien (stapsgewijs) is verhoogd, [17] met als doel de werkelijke kosten van het privégebruik van de auto op aanvaardbare alsmede op praktische en uitvoerbare wijze te (blijven) benaderen. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat uitmondde in de Wet IB 1964, valt bijvoorbeeld te lezen: [18]
Wijziging van de inkomstenbelasting en van de loonbelasting in het kader van het belastingplan 1974valt bijvoorbeeld (eveneens) af te leiden dat de eenvoud de afwezigheid van een tegenbewijsregeling dicteerde: [21]
mogengebruiken van een auto voor privédoeleinden. De
mogelijkheidtot privégebruik staat derhalve voorop, en niet het ook
daadwerkelijk gebruikenvoor privédoeleinden. Alleen wanneer de belastingplichtige doet blijken dat de auto niet of nauwelijks voor privédoeleinden wordt gebruikt, vindt derhalve geen bijtelling plaats. Om doelmatigheidsredenen is daartoe de ondergrens van 500 privékilometers ingesteld. De memorie van toelichting vermeldt: [24]
6.Jurisprudentie autokostenforfait
BNB1992/312 overwoog de Hoge Raad inzake het oogmerk van het voormalige artikel 42, lid 3, Wet IB 1964: [38]
BNB2015/146 heeft de Hoge Raad het volgende overwogen inzake het ter beschikking stellen van een auto in de zin van artikel 13bis Wet LB 1964: [39]
Rechtsvergelijking: autokostenforfaits in nabijgelegen Lidstaten van de Europese Unie
Code général des impôtskan het voordeel van het privégebruik van de auto van de zaak op forfaitaire wijze bepalen. Het forfait is op tweeërlei wijze gedifferentieerd: hij loopt op met i) het vermogen met het voertuig enerzijds en ii) het aantal verreden kilometers anderzijds – op basis van een staffel. Daarmee is de regeling wat betreft het daadwerkelijk verreden aantal kilometers gedetailleerder dan de Nederlandse. Het feit dat de bijtelling staffels kent, doet vermoeden dat belastingplichtigen een (vorm van) rittenregistratie dienen bij te houden.
8.Het gebruik van ficties en forfaits
Hof van Justitie Europese Unie
Soporain lijn van eerdere jurisprudentie dat het gebruik van forfaits in zekere mate is geoorloofd: [57]
BNB2016/177 [59] heeft de Hoge Raad onder meer het volgende overwogen over het forfaitaire stelsel van box 3:
Weekblad voor Fiscaal Rechtdrie typen ficties en forfaits onderscheiden, [60] te weten i) zuivere waarderingsforfaits – waartoe ook het autokostenforfait behoort –, ii) ficties waarbij iemand wordt belast voor een bate of heffingsgrondslag die niet op dat moment daadwerkelijk aanwezig is alsmede iii) gevallen waarin het belastingrecht de in feite civielrechtelijke vormgeving niet volgt. Over waarderingsforfaits tekende ik het volgende op:
Commissie ficties en forfaitsbesteedt in haar rapport aandacht aan de verschillende wijzigingen die het autokostenforfait tussen 2001 en 2012 heeft ondergaan. [61] Zij constateert dat de wetgever de regeling aanvankelijk verfijnde door het forfait af te stemmen op de door de belastingplichtige verreden privékilometers. Per 2004 heeft de wetgever deze verfijningen echter teruggedraaid en in latere jaren is de regeling voorzien van diverse milieu-gerelateerde elementen. [62] De commissie beoordeelt afschaffing van de staffel in het autokostenforfait als volgt (voetnoten weggelaten):
9.Jurisprudentie en literatuur artikel 1 EP Pro EVRM
interference) met het ongestoorde genot van dit eigendom?
interference?
interferencetot gevolg heeft rechtmatig (
lawful)?
legitimate aim) voor de
interference?
fair balancetussen het nagestreefde algemene belang en individuele rechten op regelniveau?
excessive individual burden?
Burden & Burden [68] van het EHRM. In belastingzaken is met name de
legitimate aim-toets van praktisch belang.
“the first and most important requirement”. Die eis houdt onder meer in dat de nationale maatregel
‘sufficiently accessible, precise and foreseeable’moet zijn.
Hutten-Czapska.Uit r.o. 167 van dit arrest lijkt te volgen dat bij de beoordeling of een last buitensporig is alle betrokken belangen moeten worden afgewogen: [70]
James and Others, cited above, § 50;
Mellacher and Others, cited above, § 48; and
Spadea and Scalabrino v. Italy, 28 September 1995, § 33, Series A no. 315-B).
Pauwelsgeschreven over het in aanmerking nemen door het EHRM van een individuele buitensporige last: [73]
Dusarduijnonderzoekt wanneer een individuele last buitensporig kan worden genoemd. Zij schrijft (voetnoten weggelaten): [79]
10.Beschouwing en beoordeling van de middelen
coûte que coûtete betalen: zij kunnen er voor kiezen de auto niet, of voor niet meer dan 500 kilometer, voor privédoeleinden te gebruiken. [94] De bewijslast te dier zake rust op de belastingplichtige.
BNB2015/146 of “de feitelijke beschikkingsmacht over de auto bij de werkgever of een met deze verbonden lichaam blijft berusten.” [101] Voor wat dit betreft, rust de bewijslast op de inspecteur. [102]