Conclusie
4.Het eerste middel
Uitspraken zitting tweede kamer 15 oktober 2012
5.Het tweede middel
een pistool (althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp)tegen het hoofd en/of de nek van die [betrokkene 3] te houden en/of op het been van die [betrokkene 3] te richten”. Gelet daarop meen ik dat het hof de tenlastelegging kennelijk zo heeft uitgelegd dat tevens, als alternatief naast het in het bezit zijn van “één of meerdere vuurwapens”, is bedoeld ten laste te leggen dat de verdachte in het bezit was van “op vuurwapens gelijkende voorwerpen”. Die uitleg is, gelet op de opbouw van de tenlastelegging in haar geheel en het onderling verband van haar onderdelen [4] , niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tenlastelegging en niet onbegrijpelijk. [5] Van die uitleg uitgaande, heeft het hof bij de bewezenverklaring de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten. [6] Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats.
6.Het derde middel
7.Het vierde middel
Overweging met betrekking tot het bewijs voor het onder 1 primair ten laste gelegde.
(2011).
verdachte)er en toen hebben we het gehad over wat ik voor hem
(verdachte)moest doen en dat was iemand in de gaten houden. [verdachte] noemde toen ene [betrokkene 3] .
( [betrokkene 2] , partner van verdachte)was mijn contactpersoon. Ik werd door haar gebeld om [betrokkene 3] te gaan schaduwen. Ik ben toen naar [A] gegaan. Op zondagavond
(30 januari 2011) ging ik naar [A] . [betrokkene 3] was er. Ik had steeds contact met [verdachte] en ik hield hem die nacht via de telefoon op de hoogte. Even over zessen belde ik [verdachte] om te zeggen dat [betrokkene 3] weg ging.
(2011)belde ik [betrokkene 2] en ik vroeg haar wat er verder was gebeurd. [betrokkene 2] zei dat er niets was gebeurd want hij
( [betrokkene 3] )kwam niet alleen aan.
(2011)had ik telefonisch contact met [verdachte] . Ik moest weer naar [A] om te kijken of [betrokkene 3] er was. Op 2 februari
(2011)ben ik weer naar [A] gegaan. [betrokkene 3] was er ook. Die avond heb ik een sms-bericht naar [verdachte] gestuurd. Hierin stond: “Je mannetje is er”.
8.Het vijfde middel
9.Het zesde middel
Voorwaardelijk verzoek
10.Het zevende middel
10. Een proces-verbaal van bevindingen, op ambtseed opgemaakt op 19 april 2011 door [verbalisant 2] voornoemd en [verbalisant 3] , hoofdagent van de politie Groningen, opgenomen in de pagina’s 390 en 391 van het hierboven onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven als relaas van de verbalisanten: