Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
U hebt mij verteld dat de administratie en de aangiften door u werd verzorgd. Dat betekent dat u op de hoogte was van het aan te geven bedrag. U hebt echter geen aangifte ingediend. Ik ben van mening dat er sprake is van opzet. Over de naheffingsaanslag ad 14.918 euro zal ik een boete opleggen van 50%.”.
Bezwaar tegen de boete. Tevens aanslag evt. verjaard. Ben ook bezig om een betalingsregeling met invordering te treffen.”.
Uiteindelijk heb ik u een compromis aangeboden waarin ik heb gesteld dat ik de totale boete (dus over alle middelen en jaren) ga vaststellen op € 10.000.
Hierbij maak ik bezwaar tegen de aanslag met de volgende redenen: Tijdens de boekencontrole stond er een bedrag aan ob te betalen van 14K. Doordat dit nog niet was aangegeven ging men uit dat dit bewust van niet was aangegeven. Mijn beredenering is dat als ik dit bewust zou willen doen, dan had ik dit toch niet zo duidelijk in de balans naar voren hebben laten komen. Tevens heeft de controleur [B] aan mij medegedeeld dat hij meerdere malen aangegeven heeft aan de boetespecialist dat ik volledig heb meegewerkt en/of hij coulance wilde tonen. Hij heeft mij medegedeeld dat dit ook zou gebeuren. Helaas is het niet zo gelopen, want de boete die is opgelegd is rond de 10.000 euro excl. invorderingsrente. Om deze redenen maak ik bezwaar tegen de aanslag. Nogmaals dit is niet bewust gedaan. Ik vraag tevens uitstel voor het boete bedrag van 10K, alsmede uitstel voor de invorderingsrente van 3 K”.
“Bezwaar is volgens de inspecteur niet tijdig ingediend, en derhalve niet ontvankelijk. Er is na het opleggen van de aanslag OB met aanslagnr. [0001] met dagtekening 28 december 2010 wel bezwaar gemaakt en deze is nooit ingetrokken door mij. Derhalve is mijn mening dat het bezwaar nog steeds aanhangend is.”.
Hierbij bevestig ik wat wij hebben afgesproken :
3.Het geding in cassatie
Wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
6.Elementen vaststellingsovereenkomst
12.Horen in bezwaar
5.Beoordeling van het middel.
U gaf heel duidelijk aan dat u niet opzettelijk onjuiste aangiftes heeft ingediend. Hierop liet ik u blijken uw mening niet te delen[onderstreping toegevoegd, A-G] omdat u zeer zeker met betrekking tot de balansschuld omzetbelasting 2005 de indruk heeft gewekt dat u er op hoopte dat deze zou verjaren. We hebben gesproken over de wijze waarop de problematiek afgedaan zou kunnen worden. Ik heb duidelijk aangegeven dat ik wel opensta voor een oplossing maar dat ik u toch opzet blijf verwijten. U gaf aan dat u met de ontvanger een regeling heeft afgesproken. Maandelijks betaalt u een bedrag van € 3500 en u heeft tevens de toezegging gedaan dat u - zodra u uw woning heeft verkocht - u het bedrag van de overwaarde (u schat dat in op minimaal € 120.000) zal aanwenden om de resterende belastingschuld te betalen. Uiteindelijk heb ik u
een compromis aangeboden waarin ik heb gesteld dat ik de totale boete (dus over alle middelen en jaren) ga vaststellen op € 10.000[onderstreping toegevoegd, A-G]. U heeft dit compromis geaccepteerd.
Dit compromis hield in dat als belanghebbende het compromis zou accepteren, zij tevens het bezwaarschrift zou intrekken. Dit compromis werd op dat moment geaccepteerd[onderstreping toegevoegd, A-G]. Tijdens het op 17 augustus 2011 gevoerde telefoongesprek heeft belanghebbende nogmaals aangegeven het bezwaarschrift in te trekken. Bij intrekking zou de afwerking van het bezwaarschrift administratief afgewerkt worden. Helaas heeft zij dit niet schriftelijk gedaan.
verzachtende - financiële - omstandigheden was gematigd[onderstreping toegevoegd, A-G] tot € 10.000. Daarbij heeft hij zijn stelling dat sprake was van opzet gehandhaafd.