Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de middelen in het cassatieberoep
eerste middelmaak ik eerst enkele inleidende opmerkingen.
nietwordt gesloopt en dat handhaving van de opstal een kostenbesparing bij de aanleg oplevert.
maar niet voor hetzelfde perceelsgedeelte.In die zin is de samenloop van de vergoeding van de waarde als ruwe bouwgrond met een vergoeding van de waarde van de opstal in het hier bedoelde geval dus niet meer dan schijn.
idealekoper, maar – en daar komt het op aan – hij is geen redelijk handelende koper. Een redelijk handelend koper gaat niet uit van een gecombineerd gebruik dat niet realistisch is. Dat in een dergelijk geval geen vergoeding voor de opstallen kan worden toegekend, volgt ook rechtstreeks uit de rechtspraak van uw Raad, bijvoorbeeld uit het arrest Hoogezand-Sappermeer/Lambeck: [11]
bovendieneen vergoeding voor de opstallen toekomt.
niettoestaat. Die lezing van het vonnis is niet de juiste. De rechtbank is, in navolging van de deskundigen, ervan uitgegaan dat een redelijk handelend koper de nieuwe bestemming zal willen realiseren en dat dit, anders dan in de zaak Bergschenhoek/ [B] c.s., onvermijdelijk met de sloop van de opstallen gepaard gaat. Of het overgangsrecht van het bestemmingsplan in de onderhavige zaak handhaving van de opstallen nu wel of niet toestaat, was in de (juiste) gedachtegang van de rechtbank niet van belang, eenvoudig omdat die handhaving voor een redelijk handelend koper geen optie is.
tweede middelis gericht tegen rechtsoverwegingen 2.14 en 2.15 [12] van het vonnis, waar de rechtbank de ruwe bouwgrondwaarde vaststelt. Rechtsoverweging 2.14 heb ik hiervoor onder 2.1 reeds aangehaald. Kort gezegd, beslecht de rechtbank daar het debat over de vergelijkingstransacties en komt ze op grond daarvan tot een beperkte verhoging van de prijs per m2 (ten opzichte van de waardering door de deskundigen). Rechtsoverweging 2.15 luidt vervolgens als volgt:
derde middelis gericht tegen rechtsoverweging 2.25 van het vonnis, waar de rechtbank oordeelt dat van het door [C] Makelaars gedeclareerde aantal uren, een bedrag van € 10.000,— voor vergoeding in aanmerking komt. Rechtsoverweging 2.25 luidt als volgt: