Conclusie
middelkomt op tegen het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot het bedrag van € 56.057,85 door middel van of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten.
6. De gronden voor de schatting van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen
6.3. De beoordeling
reeds daardoorwederrechtelijk verkregen voordeel vormen. [1] Die bewering is op zichzelf juist, in die zin dat het voordeel dat wederrechtelijk zou zijn verkregen niet zonder meer gelijkgesteld mag worden aan het witgewassen geldbedrag dat de betrokkene slechts voorhanden heeft (gehad). [2]
feiten(meervoud) is verkregen. Ook heeft het hof nergens expliciet gezegd dat enkel het bewezenverklaarde witwassen tot het door de betrokkene verkrijgen van voordeel heeft geleid.
feit(enkelvoud) waarvoor hij is veroordeeld. Verder is het voordeel berekend en ontnomen over de periode van 1 januari 2007 tot en met 20 april 2010. Deze periode komt exact overeen met de bewezenverklaarde witwasperiode. Alleen daaruit kan al worden afgeleid dat het berekende bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel niet (alleen) aan de invoer van verdovende middelen op 12 september 2009 is gerelateerd, maar (grotendeels) aan het delict van witwassen. Daarbij heb ik in aanmerking genomen dat door het hof (in navolging van de rechtbank) nergens wordt gerept van “andere strafbare feiten” als bedoeld in het tweede dan wel het derde lid van art. 36e Sr. [3]