Conclusie
eerste middelkeert zich met bewijs- en kwalificatieklachten tegen het oordeel van het hof ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde gewoontewitwassen. Het gaat bij dit witwassen om het voorhanden hebben en overdragen van verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden van [betrokkene 1] en [betrokkene 2], slachtoffers van de onder 1 bewezen verklaarde mensenhandel.
Deze regels zien uitsluitend op gevallen waarin slechts het verwerven en/of voorhanden hebben van onmiddellijk door eigen misdrijf verkregen voorwerpen is bewezen verklaard. Zij hebben in beginsel geen betrekking op een geval als het onderhavige waarin het ‘overdragen’ – in de betekenis die ingevolge art. 420bis, eerste lid sub b, Sr daaraan toekomt – van zulke voorwerpen is bewezen verklaard. Dat laat onverlet dat in bijzondere gevallen het overdragen van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarbij slechts sprake is van het verwerven of voorhanden hebben, bijvoorbeeld als het gaat om het storten van uit misdrijf verkregen gelden op een eigen bankrekening. [12] In zo een bijzonder geval geldt eveneens dat, wil het handelen kunnen worden aangemerkt als ‘witwassen’, sprake dient te zijn van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen gericht karakter heeft in de hierboven omschreven zin. [13]
overdragenvan de geldbedragen.
[betrokkene 1] heeft verklaard dat zij een kaart van Western Union heeft, dat zij niet meer weet aan wie zij geld heeft laten overmaken, dat het geld ook voor de verdachte was bestemd maar dat het op een andere naam werd overgemaakt en dat de verdachte vertelde dat het niet goed is dat je iedere keer op dezelfde naam geld overmaakt. [16] [betrokkene 2] heeft verklaard dat zij vaak geld heeft gestuurd, dat als de verdachte niet in Nederland was zij hem via Western Union geld stuurde, dat zij dan van hem een sms’je kreeg met de naam aan wie het geld moest worden overgemaakt en dat zij zich nog de naam [betrokkene 7] kan herinneren. [17] De verdachte heeft zelf verklaard dat [betrokkene 2] hem heeft geholpen, dat hij het dan heeft over kleine geldbedragen van ongeveer € 500,- per keer en dat het geld werd overgemaakt omdat anderen anders te weten zouden komen dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de prostitutie zaten. [18]
voorhanden hebbenvan de geldbedragen als witwassen kan worden gekwalificeerd onvoldoende met redenen is omkleed.
tweede middelklaagt dat het hof in de aanvulling op het verkorte arrest een kennelijke vergissing heeft opgenomen waarin het de overwegingen ten aanzien van de strafoplegging heeft aangevuld. Nu een verkorte uitspraak slechts met bewijsmiddelen kan worden aangevuld en verondersteld wordt op alle overige punten aan de wettelijke eisen te voldoen, had het hof het verkorte arrest niet met deze extra overweging mogen aanvullen. Het verkorte arrest, waarin die aanvulling ontbreekt, voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen en lijdt daarom volgens de steller van het middel aan nietigheid.
derde middelbevat de klacht dat het hof bij het opleggen van de twee schadevergoedingsmaatregelen de vervangende hechtenis heeft bepaald op een totaal van 730 dagen.
telkensbij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis.
gezamenlijkhet maximum van een jaar niet overschrijden.
naar ratoleidt bij de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] tot een vervangende hechtenis van respectievelijk 253 en 112 dagen.