Conclusie
middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de betrokkene uit de bewezen verklaarde strafbare feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
NJ2013/293 m.nt. Reijntjes overwoog de Hoge Raad dat de opvatting dat geldbedragen die voorwerp zijn van het bewezen verklaarde misdrijf witwassen reeds daardoor wederrechtelijk verkregen voordeel vormen, niet juist is. In latere rechtspraak is dat uitgangspunt bevestigd. [1]