Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit het in de samenhangende strafzaak bewezen verklaarde “medeplegen van gewoontewitwassen”.
(i) Het vonnis van de rechtbank van 9 november 2012, waarbij de betrokkene wegens medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 14 januari 2010 (feit 1) is veroordeeld en waarbij het blijkens de bewezenverklaring om de navolgende transacties gaat: