Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte niet heeft gereageerd op een door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
tweede middelbevat de klacht dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de door [betrokkene 1] verkregen uitkeringsgelden door het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Uit de bewijsvoering volgt immers niet dat verdachte wist dat [betrokkene 1] niet had voldaan aan de inlichtingenverplichting die zij op grond van de Wet werk en bijstand had, dat zij aldus op grond van dat nalaten ten onrechte een uitkering had genoten en dat derhalve sprake was van geld dat door misdrijf was verkregen.
1. Het door op ambtseed opgemaakte proces-verbaal d.d. 29 januari 2014 van verbalisant [verbalisant] , sociaal rechercheur bij de sociale recherche Flevoland, voor zover inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant] - zakelijk weergegeven:
Op 1 januari 2005 is de Abw uitkering omgezet naar een uitkering in het kader van de Wet Werk en Bijstand (nader te noemen WWB).