De verdachte bedreigde op 22 september 2013 in Tiel een persoon met een bijl, nadat deze persoon op de ramen van de woning van verdachte had gebonkt. Verdachte maakte met de bijl slaande bewegingen en riep dreigende woorden. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde verdachte tot een taakstraf en hechtenis. Verdachte stelde cassatieberoep in met als middel de verwerping van het beroep op noodweer.
De verdediging voerde aan dat verdachte zich verdedigde tegen een onmiddellijke dreiging van wederrechtelijke aanranding, omdat de tegenpartij hard op de ramen bonkte en dreigende termen uitte. Volgens de verdediging was het tonen en gebruiken van de bijl proportioneel en noodzakelijk.
Het hof oordeelde echter dat het bonken op de ramen en het geschreeuw geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding vormden en dat verdachte ook andere keuzes had, zoals de politie bellen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het gedrag van verdachte niet als verdedigend maar als aanvallend moet worden gezien. Het beroep op noodweer wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.