Conclusie
eerste middelklaagt over de verwerping van het verweer dat bewijsuitsluiting althans strafvermindering moet worden verbonden aan het feit dat verbalisanten in de eerste zaak onrechtmatig de woning van verdachte hebben betreden. De steller van het middel betwist het oordeel van het hof dat de verdediging niet heeft aangegeven waarin het ernstig nadeel voor verdachte als gevolg van dit vormverzuim heeft bestaan. Dat nadeel was immers een aantasting van het recht op bescherming van de woning en het privéleven van verdachte.
tweede middelklaagt over de veroordeling voor het feit met parketnummer 05-152147-16. In hoger beroep is het verweer gevoerd dat de medewerkers van de Koninklijke marechaussee niet bevoegd waren verdachte staande te houden en aan te houden. Dat verweer is verworpen met een motivering die de verwerping niet kan dragen. De vordering van de leden van de Koninklijke marechaussee - die als verkeersregelaars enkel belast waren met het toezicht op de openbare orde - aan verdachte om zijn tas te openen berust niet op enig wettelijk voorschrift, hetgeen ertoe leidt dat ook de aanhouding van verdachte onrechtmatig was.