Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Ipse De Bruggente Zwammerdam krachtens een voorlopige machtiging van 26 maart 2018, waarvan de geldigheidsduur verstreek op 26 september 2018. Bij het verzoekschrift was een verklaring gevoegd, op 3 september 2018 ondertekend door de geneesheer-directeur van de locatie
Ipse de Bruggente Zwammerdam, zijnde de arts voor verstandelijk gehandicapten G.N.J. van Erp, die betrokkene daartoe heeft onderzocht. In rubriek 3.c van deze verklaring is als diagnose gesteld “lichte verstandelijke beperking/zwakbegaafdheid met een zeer lage sociaal-emotionele ontwikkeling (max. 3 jaar) en impulsiviteit plus bijkomende trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis. Deze laatste is voor het gevaar in de zin der Wet Bopz niet relevant.” Als diagnoses zijn vervolgens aangekruist: “stoornissen tot uiting komend in kindertijd/adolescentie”, “persoonlijkheidsstoornissen” en “verstandelijke handicap.” Daarbij is “verstandelijke handicap” als belangrijkste diagnose aangekruist.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
of medeberust op een stoornis van de geestvermogens die buiten het deskundigheidsterrein van een arts voor verstandelijk gehandicapten valt, ook onderzoek door een psychiater vereist is. Ik sluit bij dat standpunt aan. Het behoort tot het terrein van een psychiater om na onderzoek van een patiënt een oordeel te geven over de vraag of bij een patiënt sprake is van (een) psychiatrische stoornis(sen), en, zo ja, welke. Ook is het aan een psychiater om vervolgens een oordeel te geven over de vraag of uit de stoornis(sen) gevaar voortvloeit en, zo ja, welk, en of de stoornis kan worden behandeld en, zo ja, op welke wijze (medicijnen, therapie e.d.). Kortom: indien aan het verzoek mede een psychiatrische stoornis ten grondslag is gelegd, dan dient een psychiater te worden ingeschakeld om de patiënt in kwestie te onderzoeken. Dat is in deze zaak niet gebeurd.
aanvullingop het verzoek van de officier van justitie van 12 september 2018 had mijns inziens ook acht moeten worden geslagen op de daarin genoemde psychiatrische stoornissen die niet eerder met zoveel woorden waren genoemd. Dit gaf temeer aanleiding om tot het oordeel te komen dat ook een psychiater betrokkene had moeten onderzoeken.