Conclusie
installatieen de
aansluiting. Uitdrukkelijk is in artikel 12 lid 1 AV Pro vermeld dat de afnemer bedragen verschuldigd is voor de levering, de meting van verbruik, en voor het tot stand brengen, instandhouden, uitbreiden of wijziging van een aansluiting. Er is niet opgenomen dat de afnemer ook een bijdrage dient te voldoen voor de oprichtingskosten van de installatie.
2.Bespreking van het cassatieberoep
reformatio in peius) [10] . Indien in het dictum van de uitspraak in het nadeel van de geïntimeerde is beslist, kan dit alleen ten gunste van geïntimeerde veranderd worden door het instellen van incidenteel hoger beroep [11] .
ambtshalvemoeten beslissen over de reconventionele vordering van geïntimeerde [16] . Dit houdt verband met de omstandigheid dat geïntimeerde alleen incidenteel hoger beroep hoeft in te stellen tegen een uitspraak indien in het dictum van de uitspraak in zijn nadeel is beslist [17] .
klacht IIa), althans dat het hof een onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd oordeel heeft gegeven omdat het hof de hierna te noemen omstandigheden niet kenbaar in zijn oordeel over de uitleg van de overeenkomst heeft betrokken (
klacht IIb). Het betreft de volgende door Deem gestelde omstandigheden (door mij voorzien van de letters a t/m g):
vastrechtde kosten van aanschaf, onderhoud en afschrijving van de WKO-installatie dienen te worden opgebracht [34] , (ii) [verweerder] er als huurder niet op bedacht hoefde te zijn dat hij daarnaast een bijdrage in de stichtingskosten van de WKO-installatie moest betalen omdat dergelijke kosten in het algemeen
verwerkt worden in de huurvan de woning, (iii) ook niet is gesteld of gebleken dat de huurders, onder wie [verweerder] , daarover zijn geïnformeerd door (de rechtsvoorgangster van) Deem en (iv) de inhoud van de brief van 12 februari 2014 van het Woningbedrijf aan Deem (hiervoor weergegeven in 1.7) eerder op het tegendeel wijst.
installatieen
aansluitingen in art. 12.1 AV leest het hof dat de afnemer moet betalen voor levering, meting van verbruik en de totstandbrenging, instandhouding, uitbreiding of wijziging van een aansluiting, zonder dat is geregeld dat de afnemer ook een bijdrage moet betalen voor de oprichtingskosten van de installatie. Het hof ziet zuiver taalkundig gezien al geen overeenstemming over betaling van een (periodieke) aansluitbijdrage door [verweerder] en leest in art. 12.1 AV ook geen verplichting van de afnemer tot een bijdrage voor de oprichtingskosten van de installatie.
naast het door [verweerder] te betalen vastrecht(waaruit volgens [verweerder] de kosten van aanschaf, onderhoud en afschrijving van de WKO-installatie moeten worden betaald) – (ook) recht heeft op een bijdrage in de stichtingskosten van de WKO-installatie (ook wel: de aansluitbijdrage). Dát betoog heeft het hof in rov. 3.7, 5e volzin e.v. verworpen ( [verweerder] hoefde er als huurder niet op bedacht te zijn dat hij daarnaast een bijdrage in de stichtingskosten moest betalen omdat dergelijke kosten in het algemeen verwerkt worden in de huur van de woning, de huurders zijn er niet over geïnformeerd en de brief van Woningbedrijf aan Deem wijst op het tegendeel) en tegen die verwerping is verder geen klacht gericht.