Conclusie
Nummer18/05258
Het cassatieberoep
De middelen
- assimilatielampen van 400 en 600 Watt
- 90 gram hennep
- totaal 9905 euro aan cash geld
- kweekschema’s (het hof begrijpt, gelet op de foto’s van die kweekschema’s op dossierpagina’s 16 en 17) met kweekcycli van tien weken)
- dompelpompen
- weegschalen.
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte het onder 1 ten laste gelegde medeplegen heeft bewezen verklaard, althans dat het hof het onder 1 bewezen verklaarde medeplegen ontoereikend heeft gemotiveerd. In de toelichting op het middel wordt betoogd dat de enkele hoedanigheid van eigenaar of leidinggevende onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat er sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.
tweede middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 1 bewezen verklaarde, voor zover inhoudende dat de verdachte voorwerpen ‘te koop heeft aangeboden’, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
derde middelbehelst de klacht dat het onder 1 bewezen verklaarde, voor zover inhoudende dat de verdachte voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in art. 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
vierde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte het onder 2 ten laste gelegde heeft bewezen verklaard, althans die bewezenverklaring ontoereikend heeft gemotiveerd.
vijfde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte het in beslag genomen geldbedrag van € 9.905,00 heeft verbeurdverklaard, althans die beslissing ontoereikend heeft gemotiveerd.
corpora delicti. Onder ‘het feit’ moet het bewezen verklaarde feit worden verstaan. [21] De genoemde grond voor verbeurdverklaring heeft een ruim bereik; een ‘betrekking’ tussen het voorwerp en het bewezen verklaarde feit volstaat. [22] Daarvan is bijvoorbeeld sprake in geval van een schip dat in brand is gestoken om verzekeringspennen te innen. [23] Een losser verband tussen het voorwerp en het bewezen verklaarde feit kan onder omstandigheden ook volstaan.
NJ1997/92 biedt daarvan een voorbeeld. [24] In die zaak had het hof bewezen verklaard dat de verdachte een hoeveelheid van 13467 gram van een materiaal bevattende hashish en een hoeveelheid van 2675 gram van een materiaal bevattende hennep opzettelijk aanwezig had gehad. Het had voorts vastgesteld dat het in beslag genomen geld in het bijzonder bestemd was om te dienen als bedrijfskapitaal voor de handel in hashish. Het daarop gegronde oordeel dat de bewezen verklaarde feiten zijn begaan met betrekking tot het in beslag genomen geld en dat dit geld dan ook vatbaar is voor verbeurdverklaring, bleef in cassatie in stand. Daarbij sloeg de Hoge Raad onder meer acht op de in de bewezenverklaring vermelde hoeveelheden hashish.
NJ1997/92, ontbreekt in de onderhavige zaak een vaststelling of nadere overweging van het hof waaruit kan worden afgeleid dat het in beslag genomen geldbedrag in het bijzonder bestemd was als bedrijfskapitaal voor de handel in voorwerpen bestemd voor de hennepteelt. In het midden kan blijven of de motivering van de verbeurdverklaring op die grond ontoereikend is. Ik meen dat op grond van het navolgende cassatie achterwege moet blijven.
zesde middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.