Conclusie
kande rechter bij het vaststellen van de omvang van het daadwerkelijk verkregen voordeel kosten in mindering brengen die de betrokkene niet reeds bij de voltooiing van het delict heeft gemaakt, maar pas op een later moment heeft gemaakt, bijvoorbeeld ingeval de betrokkene (tijdens de ontnemingsprocedure) alsnog voorziet in de betaling van de kosten van energie die is verbruikt voor het begaan van het delict dat het geschatte voordeel heeft teweeggebracht.
in rechte toegekende vorderingenin mindering worden gebracht. Deze bepaling was van 1 juli 2011 tot 1 januari 2014 opgenomen in artikel 36e, achtste lid (oud), Sr. [2] Bij wet van 26 juni 2013 is de wettelijke regeling met betrekking tot het in mindering brengen van vorderingen van benadeelde derden op de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel gewijzigd, zulks met ingang van 1 januari 2014. De nieuwe bepaling, die vanaf 1 januari 2014 tot 1 januari 2015 was opgenomen in artikel 36e, achtste lid (oud), Sr en vanaf 1 januari 2015 is opgenomen in artikel 36e, negende lid, Sr houdt in dat bij de bepaling van de omvang van het ontnemingsbedrag, aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering worden gebracht “
voor zover die zijn voldaan”. [3] , [4]
omdat nog geen volledig betaling heeft plaatsgevonden.” Gelet op de gebruikte bewoordingen in de overweging van het hof, heb ik geaarzeld of het hof wellicht het oog heeft gehad op het bepaalde in artikel 36e, negende lid, Sr. Echter, noch de overwegingen van het hof, noch hetgeen de raadsvrouw ter terechtzitting heeft aangevoerd, wijst uit dat het hier gaat om een in rechte aan het energiebedrijf als benadeelde derde toegekende vordering. Bovendien is in dit geval de voor betrokkene meest gunstige bepaling, te weten art. 36e, achtste lid (oud) Sr, van toepassing en geldt in deze zaak dus niet het vereiste dat de (in rechte toegekende) vordering van de benadeelde derde slechts in mindering wordt gebracht
voor zover die is voldaan.
daadwerkelijkkosten heeft gemaakt.
een deelvan de elektriciteitsrekening, namelijk een bedrag ter grootte van € 4.605,02, daadwerkelijk heeft betaald en daarmee kosten heeft gemaakt die volgens haar in directe relatie staan tot het delict (hennepteelt).