Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Inleidende beschouwingen
gedeeltelijkzijn afgelost). Het zou mij niet verbazen als in het ongewone geval van een boedeloverschot na faillissement zulke bijzondere omstandigheden niet uitzonderlijk zijn.
geldendrecht is?
als faillissementscurator, maar niet diens taak als vereffenaar van de ontbonden rechtspersoon.
krachtens die wet, maar dat dit niet de taak doet eindigen die de faillissementscurator uit hoofde van Boek 2 BW heeft, namelijk als vereffenaar van het vermogen van de ontbonden, voorheen failliete rechtspersoon. [31] Formuleren we het zo, dan zijn de regels van art. 2:23a-23c BW niet naar analogie maar gewoon rechtstreeks van toepassing: [32] art. 2:23a lid 5 BW zegt slechts dat die regels niet van toepassing zijn op vereffening
in faillissementen niet dat dit ook geldt ná faillissement.