Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelbehelst, mede bezien in het licht van de toelichting, de klacht dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en/of de oplegging van de betalingsverplichting onbegrijpelijk zijn/is dan wel onvoldoende met redenen zijn/is omkleed, omdat door de rechtbank in de strafzaak onder meer is bewezen verklaard dat de betrokkene zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – het medeplegen van schuldwitwassen van sieraden en het daarom niet aannemelijk is dat de betrokkene uit dat feit de gehele opbrengst heeft ontvangen.
(…)
tweede middelbevat de klacht dat het hof heeft verzuimd te responderen op het verweer van de verdediging inzake de overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de oplegging van de ontnemingsmaatregel onvoldoende met redenen is omkleed.