Conclusie
middelklaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op het verzoek van de verdediging om een verbalisant als getuige te horen.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen met braak. Een getuige had een signalement doorgegeven van drie mannen die betrokken waren bij een inbraak in een apotheek. De politie trof verdachte en medeverdachten aan in de buurt, waarbij verdachte werd omschreven met kleding die deels overeenkwam met het signalement.
De verdediging verzocht om het horen van een verbalisant die een compilatie had opgesteld over de kleding van verdachte, maar dit verzoek was voorwaardelijk gesteld: alleen als het hof niet uit zou gaan van de politieomschrijving. Het hof heeft dit verzoek niet expliciet behandeld, omdat het de voorwaarde niet vervuld achtte. De Hoge Raad bevestigt dat in geval van een voorwaardelijk getuigenverzoek alleen een beslissing vereist is indien de voorwaarde is vervuld.
Het hof oordeelde dat de kledingomschrijving van de politie betrouwbaarder was dan die van de getuige, en dat het signalement voldoende was voor de veroordeling. De Hoge Raad concludeert dat het middel faalt omdat het verzoek niet ontvankelijk was en dat het hof terecht geen beslissing heeft genomen op het voorwaardelijke verzoek. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatiemiddel wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met een straf van drie maanden gevangenisstraf.