Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering
Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Het middel
bij de aangeverde redelijke vrees kon ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling jegens een politieagent tijdens Velperdonderdag 2016. Hij zou hebben gezegd dat als de politie een familielid niet zou vrijlaten, hetzelfde zou gebeuren als bij eerdere incidenten tijdens Velperdonderdag. Het hof motiveerde dat de verdachte op de hoogte was van eerdere gewelddadige incidenten waarbij politieagenten waren belaagd en dat daardoor bij de bedreigde agent redelijke vrees voor zwaar letsel kon ontstaan.
De advocaat-generaal betoogde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte specifiek bekend was met die eerdere incidenten, en dat uit de bewijsvoering slechts bleek dat de verdachte wist dat er in het verleden 'al wat was gebeurd'. De Hoge Raad overweegt dat voor een veroordeling op grond van art. 285 Sr Pro vereist is dat de bedreiging zodanig is dat bij de bedreigde redelijke vrees kan ontstaan voor zwaar lichamelijk letsel, en dat de context van de uitlatingen daarbij van belang is.
De Hoge Raad stelt dat het hof wel aannam dat de verdachte wetenschap had van de eerdere incidenten, maar onvoldoende heeft gemotiveerd dat deze wetenschap concreet en toereikend was om opzet aan te nemen. De zaak betreft een grensgeval, maar het middel slaagt. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende motivering van de opzet van de verdachte.