ECLI:NL:PHR:2018:26
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest bedreiging met misdrijf tegen het leven wegens ontoereikende motivering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte was veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. De bedreiging bestond uit de uitlatingen van verdachte tegen twee politieambtenaren tijdens zijn aanhouding, waarin hij zei dat hij hun namen zou doorgeven aan de criminele onderwereld, waarna zij niet meer veilig zouden zijn en opgezocht zouden worden.
De verdediging voerde aan dat deze uitlatingen niet als een bedreiging met een concreet misdrijf konden worden opgevat en dat bij de agenten niet zonder meer de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zouden kunnen verliezen. De rechtbank en het hof hadden dit oordeel bevestigd, waarbij zij onder meer stelden dat de agressieve gemoedstoestand van verdachte de bedreiging versterkte.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het oordeel van het hof ontoereikend was gemotiveerd. De geuite woorden waren zeer onbepaald en de context bood geen versterkende factoren. De gemoedstoestand van verdachte kon ook reden zijn om de uitlatingen minder serieus te nemen. Er ontbraken objectieve omstandigheden die de bedreiging versterkten. Daarom werd het arrest vernietigd voor zover het betrekking had op deze bewezenverklaring en de strafoplegging.
Daarnaast werd een middel over overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard, maar dat vereiste geen nadere bespreking. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd wegens ontoereikende motivering dat bij agenten redelijke vrees voor levensgevaar kon ontstaan.