Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 juli 2017 in de zaken tussen
[X] ( [..] ) B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil11. In geschil is of de utb’s terecht en tot het juiste bedrag zijn opgelegd. Meer in het bijzonder is in geschil of:
- op grond van artikel 204 van Pro het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW) een douaneschuld is ontstaan;
- of bij aanvaarding van de maandelijkse GPA telkens een vergunning is afgegeven;
- of de op 15 juli 2011 afgegeven vergunning terugwerkende kracht heeft tot
- of artikel 859 van Pro de Toepassingsverordening Communautair Douanewetboek (hierna: Tvo) van toepassing is;
- of de beslissing van 19 maart 2010 van de Europese Commissie, REM 01/09, van overeenkomstige toepassing is; en
- of verweerder op grond van artikel 220, tweede lid, aanhef en onder b, van het CDW had moeten afzien van boeking achteraf.