Conclusie
1.Inleiding
2.Bespreking van het middel
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens openlijk geweld met letsel. Hij stelde te laat hoger beroep in omdat hij op de dag van de uitspraak telefonisch onjuiste informatie kreeg van een griffiemedewerker dat hij het schriftelijke vonnis thuis zou ontvangen en daarna in beroep kon gaan. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat de overschrijding niet verontschuldigbaar zou zijn.
De advocaat-generaal betoogde dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk was, gelet op de onjuiste ambtelijke informatie en het ontbreken van duidelijke informatie over de beroepstermijn. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en verwijst naar eerdere arresten waarin vergelijkbare situaties tot vernietiging leidden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Hiermee wordt erkend dat de verdachte door de verkeerde informatie gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een latere aanvang van de beroepstermijn, waardoor de termijnoverschrijding verontschuldigbaar is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug vanwege verontschuldigbare termijnoverschrijding door verkeerde ambtelijke informatie.