Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Nadere bewijsoverweging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een taakstraf wegens het opzettelijk beschadigen van een personenauto. Het hof verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces omdat het oordeelde dat er sprake was van wederkerige agressie en geen onmiddellijke wederrechtelijke aanranding. De verdachte had met een ijzeren staaf de voorruit van de auto ingeslagen nadat de benadeelde met hoge snelheid op hem was ingereden.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het rijden met hoge snelheid niet als een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding werd aangemerkt. Ook was onduidelijk of het hof een culpa in causa-redenering hanteerde. De Hoge Raad benadrukte dat het aanvallende karakter van de gedraging een zelfstandige grond is om een beroep op noodweer te verwerpen, maar dat dit niet zonder duidelijke motivering kan.
De conclusie is dat het middel van cassatie gegrond is, het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van het beroep op noodweer en noodweerexces. De Hoge Raad vond dat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit bij noodweerexces.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer en noodweerexces.