Conclusie
1.Inleiding
2.Het vierde middel
Opmerking verbalisant: Verdachte heeft een gat in zijn hoofd, welke inmiddels door de arts is gelijmd.[verdachte] heeft mij meerdere keren geslagen met de stok van de bezemsteel. Hij sloeg gewoon door terwijl ik het bloed over mijn witte shirt zag lopen en het in mijn nek voelde lopen. Ik denk dat [verdachte] mij minstens vijf keer heeft geraakt met de stok van de bezem. Ik heb vijf bulten en schrammen op mijn arm. Hij heeft mij in ieder geval zo vaak geslagen dat er niks van de bezem overbleef. De bezem is in stukken geslagen op mij.
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
‘Toen ik de camerabeelden zag, heb ik gezien dat ik een bezem heb gepakt.’ (pv d.d. 30 augustus 2016, p. 3). Client herinnert zich ook niet de klant die hem probeerde tegen te houden (zie idem, p. 4). Ook dit is indicatief voor het feit dat sprake was van een hevige gemoedsbeweging en dat daardoor niet van cliënt gevergd kon worden anders te handelen op het moment dat hij de bezem pakte en er de winkel mee uit liep.”
onmiddellijke gevolgis geweest van een hevige,
door de aanranding veroorzaakte, gemoedsbeweging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, maar aan het gevolgvereiste is niet voldaan wanneer de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer (zie het hiervoor weergegeven overzichtsarrest van de Hoge Raad). Dat het hof niet nader is ingegaan op het betoog waarin is gewezen op deze voorgeschiedenis vind ik in dat licht bezien niet onbegrijpelijk.
5.Het derde middel
Oplegging van straf en/of maatregel
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) dag.