Conclusie
[eiseres]) en Bureau Integriteit B.V. (hierna:
BING). BING heeft in een kritisch rapport over de oud-burgemeester geconcludeerd dat sprake is van belangenverstrengeling en machtsmisbruik. De oud-burgemeester heeft BING gedagvaard en vordert schadevergoeding en rectificatie van een aantal mededelingen op de website van BING. Gedurende de procedure in eerste aanleg is zij failliet verklaard. BING heeft op de voet van art. 27 lid 1 Fw Pro de curator opgeroepen teneinde het geding over te nemen, waarna de advocaat van [eiseres] te kennen heeft gegeven de zaak verder voor de curator te behandelen. De rechtbank heeft daarop de curator als eiser aangemerkt en de vorderingen afgewezen. De oud-burgemeester heeft vervolgens zelf hoger beroep ingesteld. Zij is daarin door het hof niet-ontvankelijk verklaard. Ik meen dat het tegen die beslissing gerichte cassatieberoep slaagt.
1.Feiten en procesverloop
het rapport). BING omschrijft zichzelf in het rapport als een bureau dat Nederlandse gemeenten gespecialiseerde adviesexpertise, onderzoeksexpertise en een vraagbaakfunctie biedt op het gebied van integriteit. BING komt in het rapport tot de conclusie dat onder meer sprake is van belangenverstrengeling en machtsmisbruik.
CBb).
de schadevergoedingsvordering), en
de rectificatievordering),
de curator) als curator aangesteld.
De curator, een octopus, 1996, blz. 269 e.v.). In beginsel kunnen slechts degenen die partijen waren in de vorige instantie hoger beroep instellen (artikel 332 Rv Pro). Dit betekent dat [eiseres] niet bevoegd is om hoger beroep in te stellen tegen het op naam van de curator gewezen vonnis (vergelijk HR 23 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5450 en HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1065), ook niet voor zover zij dit buiten de boedel om zou (willen) doen. Dit leidt ertoe dat zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Het hof ziet geen aanleiding om de beslissing over de ontvankelijkheid aan te houden totdat [eiseres] in de memorie van grieven een grief tegen de premisse dat de curator de gehele procedure heeft overgenomen heeft gericht, aangezien zij met de akte van 12 december 2017 al in de gelegenheid is gesteld om zich juist hierover uit te laten.
2.Juridisch kader
Rechtsvorderingen, welke rechten of verplichtingen tot de failliete boedel behorende ten onderwerp hebben, worden zowel tegen als door de curator ingesteld.”
wetsgeschiedenisspreekt in dit verband van
nietbetreffende, zooals de Memorie van Toelichting zegt, omdat het faillissement daarop niet den minsten invloed oefent.” [17]
welke rechten of verplichtingen tot de failliete boedel behorende ten onderwerp hebben’ geacht de bedoeling van de wetgever beter en duidelijker weer te geven dan de woorden ‘waarbij de belangen van de boedel betrokken zijn’ van art. 813 K:
ten onderwerpheeft (…). Dit is onbetwistbaar, daar zij
ten onderwerpheeft den persoonlijken staat van den gefailleerde.” [19]
kunnenindirect op den boedel van invloed zijn, maar in de meeste gevallen zal voor meeprocederen door den curator niet het minste belang bestaan.” [20]
literatuurwordt art. 25 Fw Pro (en daarmee art. 27 Fw Pro) in het algemeen van toepassing geacht op procedures waarbij de boedel c.q. het vermogen van de gefailleerde dat onder het faillissementsbeslag valt [21] rechtstreeksbetrokken is. [22] Te denken valt aan opvordering van eigendom en andere goederenrechtelijke kwesties, uitoefening van het reclamerecht, en ontbindings- of vernietigingsacties. Men zou kunnen spreken van ‘boedelprocedures’, waarbij het gaat om alles wat betrekking heeft op de omvang van de boedel. [23]
nietdan wel
niet rechtstreeksbij de procedure betrokken is, blijft de procesbevoegdheid van de failliet onaangetast. In dit verband wordt wel gesproken van ‘persoonlijke procedures’, die betrekking hebben op persoonlijke of familiebelangen en andere ‘niet-monetaire’ belangen. Als voorbeeld worden genoemd familiezaken als echtscheiding, omgangsregeling, adoptie en ontkenning vaderschap; zaken over rechtspersoonlijke verhoudingen; tevens procedures over burgerlijke rechten waarbij de boedel niet is betrokken, zoals een vordering tot ontruiming. [24]
splitsingmoet plaatsvinden en dat elke rechtsvordering de eigen regels volgt conform het stelsel van art. 25-29 Fw. Dit kan anders zijn indien een rechtsvordering voor de toepassing van dat stelsel geacht moet worden geen zelfstandige betekenis te hebben naast een andere rechtsvordering. [28]
NJ2006/405 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2568,
NJ2017/396).”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
JOR-noot onder het bestreden arrest dat [eiseres] tijdig, in eerste aanleg, had moeten ageren tegen de (rol)beslissing tot overname van de procedure door de curator wat betreft de rectificatievordering. Dit is volgens de annotator een beslissing die ingrijpt in de rechten en belangen van de oud-burgemeester en derhalve een uitspraak waartegen voor haar in beginsel een rechtsmiddel openstaat, in welk verband wordt verwezen naar de beschikking van uw Raad van 6 juli 2018 (besproken hiervoor onder 2.19).
heeftovergenomen (rov. 3.5) en (b) ook heeft
kunnenovernemen (rov. 3.6) gebaseerd op de hierna genoemde argumenten.
subonderdelen 2.1.2-2.1.9vanuit verschillende invalshoeken het oordeel van het hof dat de rectificatievordering, kort samengevat, een rechtsvordering is die onder het bereik van art. 25 Fw Pro valt.
Subonderdeel 2.2.1bevat een klacht van dezelfde strekking.
rechtstreekse betrokkenheidvan de boedel. Art. 25 Fw Pro (en daarmee art. 27 Fw Pro) is van toepassing op procedures waarbij de faillissementsboedel rechtstreeks betrokken is. Voor zover de boedel niet of niet rechtstreeks betrokken is, blijft de procesbevoegdheid van de gefailleerde onaangetast. Indien de boedel niettemin belang heeft bij de procedure, kan de curator zich voegen of tussenkomen.