Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.4klemt een en ander temeer, omdat de uitkomst van dit aangeboden getuigen-deskundigenbewijs bepalend zou zijn geweest voor uitkomst in de onderhavige procedure.
subonderdeel 2.2wordt naar voren gebracht dat daaraan niet afdoet dat ten aanzien van de schade in geval van een voor [eiser] gunstig arrest naar verwachting nog een schadestaatprocedure zou moeten worden gevoerd. Anders dan het hof heeft geoordeeld is er volgens het subonderdeel geen sprake van een ongerelateerde/zelfstandige schadevergoedingsvordering, die als reconventionele vordering moet worden aangemerkt.
NJ1999, 367). Het strookt met de eisen van een goede rechtspleging de mogelijkheid aan te nemen dat in hoger beroep met het oog op het verkrijgen van een executoriale titel aan de vordering tot vernietiging van het bestreden vonnis een vordering tot ongedaanmaking van de ingevolge dat vonnis verrichte prestatie wordt verbonden (vgl. HR 20 maart 1913,
NJ1913, blz. 636). Indien de ongedaanmaking inmiddels onmogelijk is geworden, kan de daartoe strekkende vordering niet worden toegewezen. De vraag of en in hoeverre dan plaats is voor schadevergoeding kan evenwel in hoger beroep niet tegelijk met de vordering tot vernietiging van het in eerste aanleg gewezen vonnis aan de orde worden gesteld, nu het daarbij in de woorden van het zojuist genoemde arrest niet gaat om een 'noodzakelijk en onafscheidelijk gevolg dier vernietiging' en het bij de vordering tot schadevergoeding kan gaan om vragen die tot ongewenste complicaties en vertraging van de procedure in hoger beroep kunnen leiden, zoals bijvoorbeeld de vragen of de onmogelijkheid van ongedaanmaking aan de geïntimeerde kan worden toegerekend, of oorzakelijk verband bestaat, en in welke vorm en in welke omvang schadevergoeding zou moeten worden toegekend.
voortvloeituit de beëindiging van de pachtovereenkomst tussen partijen door de pachtkamer van de rechtbank Gelderland en de (volgens het subonderdeel ingeval van vernietiging daarvan onrechtmatige) executie daarvan door Torcksveen.