ECLI:NL:HR:2010:BM6095
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van medebezitter voor schade door gebrekkige opstal volgens art. 6:174 BW
In deze zaak gaat het om de vraag of een medebezitter van een gebrekkige opstal op grond van artikel 6:174 BW Pro aansprakelijk kan zijn voor schade die een andere medebezitter lijdt door dat gebrek. De zaak betreft een ongeval waarbij een pilaar in de tuin van een gezamenlijk bewoonde woning afbrak, waardoor de medebezitter ernstig letsel opliep. De pilaar was gebrekkig vanwege constructiefouten en onderhoudsgebreken.
De rechtbank oordeelde dat artikel 6:174 BW Pro ook risicoaansprakelijkheid voor medebezitters vestigt en dat de schade in onderlinge verhouding naar rato van het aandeel in de opstal moet worden verdeeld. Dit betekent dat de benadeelde medebezitter zijn eigen aandeel in de schade draagt en de overige medebezitters aansprakelijk zijn voor het resterende deel. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de wetgever niet heeft uitgesloten dat medebezitters elkaar kunnen aanspreken.
De Hoge Raad benadrukt dat het doel van artikel 6:174 BW Pro is om benadeelden te beschermen tegen de last van het bewijzen van schuld en dat deze bescherming ook geldt voor medebezitters. De mogelijkheid om tegen een geringe premie een aansprakelijkheidsverzekering te sluiten, ondersteunt deze redelijke wetstoepassing. De Hoge Raad verwerpt de klachten van de eisers en bevestigt dat de aansprakelijkheid van medebezitters onderling beperkt is tot hun aandeel in de opstal, tenzij andere omstandigheden zoals eigen nalatigheid een rol spelen.
De uitspraak verduidelijkt de onderlinge aansprakelijkheid tussen medebezitters van een opstal en bevestigt het belang van een evenwichtige verdeling van de schade, waarbij het collectieve vermogen van de opstal als uitgangspunt dient. Dit arrest draagt bij aan de rechtsontwikkeling op het gebied van risicoaansprakelijkheid voor gebrekkige opstallen binnen samenlevingsverbanden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat medebezitters op grond van artikel 6:174 BW onderling aansprakelijk zijn voor schade door een gebrekkige opstal, ieder naar rato van zijn aandeel in de opstal.