Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
NJ2017/6, heeft de Hoge Raad het volgende overwogen met betrekking tot het in art. 261 Sr Pro genoemde “met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven”: [3]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens smaad door het verzenden van anonieme brieven aan werkgeversdirecties met beschuldigingen tegen drie slachtoffers. Het hof stelde vast dat de verdachte handelde met het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven aan de beschuldigingen, zoals bedoeld in art. 261 Sr Pro.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat het bestanddeel 'ruchtbaarheid geven' niet bewezen kon worden omdat de brieven slechts aan directies werden gericht, die geen bredere kring van derden vormen en vertrouwelijk met de informatie zijn omgegaan. Het hof verwierp dit verweer en motiveerde dat het kennelijke doel aanwezig was, mede omdat de brieven besproken werden binnen de organisaties.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is omdat het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven niet zonder nadere motivering kan worden aangenomen wanneer de mededelingen slechts binnen een beperkte kring van betrokkenen blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.