Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelklaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit onvoldoende met redenen is omkleed.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard motorrijbewijs op grond van artikel 9 lid 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Het hof baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder processen-verbaal, een besluit tot ongeldigverklaring van het CBR en verklaringen van de verdachte zelf.
De verdediging stelde dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name dat niet vaststond dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was. De Hoge Raad bevestigt dat voor een bewezenverklaring vereist is dat het rijbewijs ongeldig is verklaard, dat de verdachte daarvan op de hoogte is gesteld, dat geen nieuw rijbewijs is afgegeven en dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten van de ongeldigverklaring.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte op de dag van het feit wist dat zijn rijbewijs ongeldig was en dat de gebruikte uitdraai van het rijbewijzenregister niet volstaat om aan te tonen dat geen nieuw rijbewijs was afgegeven. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling.
De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad strekt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak, zonder dat ambtshalve gronden voor vernietiging zijn aangetroffen. De zaak zal in hoger beroep opnieuw worden behandeld met inachtneming van de motiveringseisen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.