Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Nadere bewijsoverweging
De aangifte, waarin de aangeefster verklaart dat zij op 4 januari 2016 om 19:15 uur in de [a-straat] te [plaats] van achteren in haar billen werd geknepen en in haar kruis werd betast door een man die vervolgens haar handtas probeerde te grijpen. In haar aangifte geeft zij het volgende signalement van de man: 1.70 meter lang, ongeveer 28 jaar oud, getint uiterlijk, half lange jas, donker van kleur en een donkere rugzak.
De 112 melding, waarin de aangeefster de man heeft omschreven als een donkere man, ongeveer 28-30 jaar oud, “met kaal geschoren haar” [18] , een halflange donkere jas en een donkerblauwe of zwarte rugzak.
De verklaring van 5 januari 2016 van de aangeefster, inhoudende dat zij op 4 januari 2016 met de Sprinter vanuit Delft naar Den Haag Centraal Station is gereisd en dat zij om 18:45 uur op het station arriveerde, dat zij met tram 6 verder is gereisd en is uitgestapt bij de halte [b-straat] en dat zij dacht dat de man een Pakistaans uiterlijk had.
De camerabeelden van HTM en Pro Rail van station Den Haag Centraal, ten aanzien waarvan door de politie in processen-verbaal van bevindingen is gerelateerd wat daarop is te zien, en welke beelden ook door het hof zijn bekeken. Op deze beelden is de aangeefster te zien vanaf het moment waarop zij uitstapt uit de trein tot en met het moment waarop zij instapt in tram 6, met steeds in haar directe nabijheid een man die voldoet aan het door haar opgegeven signalement, en waarop is te zien dat deze man, nadat hij uit dezelfde trein is gestapt als de aangeefster, in dezelfde tram stapt als de aangeefster.
Onderzoek van de OV-kaart van de verdachte, waaruit blijkt daarbij dat hij dezelfde trein en tram heeft genomen als de aangeefster en bij dezelfde tramhalte is uitgestapt.
De enkelvoudige fotoconfrontatie met de camerabeelden van HTM en Pro Rail, waarbij de aangeefster de man op de beelden voor 100% herkent als degene door wie zij volgens haar verklaring is aangerand en die heeft geprobeerd haar te beroven, en waarbij zij verklaart de verdachte vooral te herkennen aan de huidskleur, het kale hoofd, de kleding, de donkere jas en de grote donkere rugzak.
De herkenning van de verdachte van zichzelf op de camerabeelden van HTM en Pro Rail, tijdens een televisie-uitzending van het programma Opsporing Verzocht.
NJ2008/179 m.nt. Buruma voorafgaande conclusie van mijn oud-ambtgenoot Machielse. Deze conclusie bevat een uitvoerig overzicht van de jurisprudentie van de Hoge Raad tot dan toe, waaruit naar voren komt dat de Hoge Raad de feitenrechter zeer veel ruimte heeft gegeven om de resultaten van confrontaties te gebruiken, ook als de keuzeprocedure ernstige gebreken lijkt te vertonen. [26]