ECLI:NL:HR:2011:BO3521
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beschikkingsonbevoegdheid en bescherming van derden bij consignatieovereenkomst schilderij Mesdag
De zaak betreft de eigendom en afgifte van een schilderij van H.W. Mesdag, dat door erfgenamen aan een consignatiehouder werd gegeven voor verkoop. Deze consignatiehouder gaf het schilderij door aan een derde, die het vervolgens aan verweerders verkocht. De consignatieovereenkomst bevatte clausules over minimale verkoopprijs en overlegplicht.
De rechtbank had de vordering van eisers tot afgifte toegewezen, stellende dat de consignatiehouder niet beschikkingsbevoegd was en dat verweerders niet te goeder trouw waren. Het hof vernietigde dit en wees de vorderingen af, oordelend dat verweerders te goeder trouw waren en de overdracht niet om niet was geschied.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat de consignatiehouder beschikkingsbevoegd was ondanks het niet naleven van clausules in de consignatieovereenkomst. Ook heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom verweerders niet behoorden te twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid, ondanks signalen over financiële problemen en onbetrouwbaarheid van de consignatiehouder. Daarnaast heeft het hof ten onrechte de stelling van eisers dat zij schadevergoeding in natura vorderen (teruggave schilderij) niet meegenomen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing, waarbij onder meer de bescherming van derden en de goede trouw van verweerders opnieuw moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling en beslissing.