Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 december 2018 en de op basis daarvan gedane uitspraak nietig zijn, nu de zittingsaantekeningen van de griffier van de terechtzitting in eerste aanleg van 29 juni 2018 zich niet (meer) bij de stukken bevinden en ook niet meer beschikbaar zullen komen.
(…)
(…)
eerste aanlegontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn toegezonden, kan niet slagen indien het vonnis in eerste aanleg door de appelrechter is vernietigd. Dan geldt immers de regel dat in cassatie slechts wordt onderzocht of de uitspraak van de appelrechter en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep in orde zijn. [4]
(…)
wellichtiets aangevoerd of voorgevallen is dat zou
kunnenwijzen op een
mogelijketaalbarrière en dat dat nu niet meer te controleren is – het algemene belang van de controlemogelijkheid –, constitueert, zoals gezegd, niet een voldoende concreet belang bij vernietiging. [6]
derde middelklaagt dat het oordeel van het hof, inhoudende dat de verdachte door het afwijzen van het verzoek de meegebrachte getuige [betrokkene 1] te horen, redelijkerwijs niet in zijn verdediging is geschaad, onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk is.
Als cliënt geen woord Nederlands had gesproken, hadden we hier niet gestaan. Het is een grensgeval. Eenvoudige vragen kan hij in het Nederlands beantwoorden. Essentiële onderdelen van de strafzaak, zoals de eis van de officier van justitie of het doen van afstand, moet hij dan wel begrijpen. Dat heeft hij echter niet begrepen. (…)”
(…)
tweede middelbehelst de klacht dat de meervoudige kamer van het hof, in strijd met de wet, ter terechtzitting van 5 december 2018 (aanvankelijk) mondeling arrest heeft gewezen en na de zitting (tevens) een schriftelijk arrest d.d. 5 december 2018 heeft doen opmaken en ondertekenen, welk laatste arrest niet in het openbaar is uitgesproken. De steller van het middel verbindt daaraan de conclusie dat dit verzuim zozeer strijdt met een behoorlijke procesorde, dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak moet meebrengen.
(…)
in zijn geheelbeschouwt. Het gaat dan om de punten 3.4 tot en met 3.12: [10]
(…)
”
”
”. Ook ingeval van een einduitspraak die op art. 283 Sv Pro is gebaseerd, moet dus een aan de eisen van art. 357 Sv Pro e.v. beantwoordend schriftelijk vonnis worden gewezen. Het bijzondere daarbij is dat dit schriftelijke vonnis wordt uitgesproken voordat het op schrift is gesteld.
”, moet het begrip ‘aanstonds’ volgens hen niet in al te letterlijke zin worden opgevat. Het zal intussen niet steeds nodig zijn, zo voegen zij daaraan toe, dat de terechtzitting hiervoor wordt geschorst en dat de rechtbank zich in raadkamer terugtrekt. In “zéér eenvoudige zaken
” achten zij het mogelijk dat de leden van de rechtbank “ter terechtzitting even overleg plegen en dat het vonnis, dat eerst later in het net geschreven en onderteekend behoeft te worden (art. 365), ter plaatse wordt samengesteld met gebruikmaking van een voorhanden formulier en van de gemaakte aanteekeningen betreffende hetgeen het onderzoek heeft opgeleverd
”.
” ter terechtzitting van heden zal plaatsvinden, waarna de voorzitter het arrest uitsprak. Het kan ervoor gehouden worden dat de beraadslaging in dit geval plaatsvond vóór de sluiting van het onderzoek op de terechtzitting. Nu die beraadslaging plaatsvond nadat de verdachte het laatste woord was gelaten, meen ik dat de handelwijze van het hof niet indruist tegen enig fundamenteel beginsel van strafprocesrecht en daarom in elk geval niet een verzuim oplevert dat tot cassatie zou moeten leiden. Ik meen zelfs dat er, nu de door het hof gevolgde werkwijze praktisch gezien het minste gedoe oplevert, geen reden is om die werkwijze in strijd met het recht te oordelen.
aanstonds uitspraakheeft gedaan als bedoeld in artikel 345 lid 1 Sv Pro (vergelijk de laatste passages van het proces-verbaal van de zitting van 5 december 2018, opgenomen onder punt 6 van deze conclusie), en het hof dus
nietmondeling arrest heeft gewezen (het is óf het één, óf het ander);