Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
- het betalen van een geldbedrag,
door:
- een website offline te zetten.”
(…)”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld wegens het wederrechtelijk dwingen van een ander om een website offline te halen en betaling af te dwingen. Het hof stelde vast dat de verdachte de website offline had gezet omdat een openstaande rekening niet was betaald.
De verdachte stelde cassatie in met het middel dat de wederrechtelijkheid niet voldoende uit de bewijsmiddelen bleek, omdat niet was aangetoond dat hij niet bevoegd was om de website offline te halen. De Procureur-Generaal concludeerde dat het hof geen expliciete overweging aan de wederrechtelijkheid had gewijd en dat de bewezenverklaring op dat punt onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad sluit aan bij de conclusie dat het bestanddeel wederrechtelijkheid in art. 284 Sr Pro inhoudelijk duidt op handelen zonder bevoegdheid of in strijd met het maatschappelijk betamelijke. Het hof had echter niet onderzocht of de verdachte op grond van afspraken of bevoegdheden gerechtvaardigd was de website offline te halen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van het cassatieberoep. De zaak zal op het bestaande hoger beroep worden berecht en afgedaan.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de wederrechtelijkheid en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.