Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
3.Het tweede middel
4.1.1. Standpunt verdediging
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019223293-1 (pagina 1 en volgende van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Nesselandestrand), inhoudende als verklaring van aangever [slachtoffer 1]:
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019223412-2 (pagina 13 en volgende van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Nesselandestrand), inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 2]:
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019223365-2 (pagina 10 en volgende van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Nesselandestrand), inhoudende als verklaring van getuige [slachtoffer 3]:
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019223293-9 (pagina 17 en volgende van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Nesselandestrand), inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 3]:
lifeguardverteld. Bij het vlot heb ik de
lifeguardvervolgens het meisje aangewezen. Toen zeiden de andere meisjes die erbij waren dat de man ook aan hen had gezeten. Er is een meisje meegegaan om aangifte te doen.
Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019223293-10 (pagina 23 van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier Nesselandestrand), inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant]:
geduwd,maar dat hij billen heeft betast en in billen heeft geknepen en zijn penis tegen billen heeft geduwd. Bovendien is tevens bewezenverklaard dat de verdachte zijn hoofd tegen de vagina van een slachtoffer heeft geduwd en zijn billen tegen de vagina van een ander slachtoffer heeft geduwd. Het middel faalt ook in zoverre.
4.Het derde middel
“de pleitnota die is overgelegd op de zitting van 24 oktober (eerste aanleg)”.
“dat in het dossier van de verdachte [verdachte], rolnummer 22-005190-19 de pleitnota 1e aanleg ontbreekt”.
in cassatiede pleitnotities uit de eerste aanleg ontbreken en dat bij navraag blijkt dat in deze fase van de procedure ook bij het gerechtshof die pleitnotities ontbreken, impliceert nog niet dat het hof er
in de fase van het hoger beroepevenmin de beschikking over heeft gehad. Het middel verbindt aan een actuele situatie een aanname voor het verleden, terwijl uit het verleden voor die aanname geen directe aanwijzingen zijn te putten.
een in hoger beroep voorgedragen pleitnotaontbreekt en daardoor niet kan worden nagegaan of ter terechtzitting (meer) verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan uit de wel aanwezige processtukken kan worden afgeleid, sprake is van een onherstelbaar verzuim dat zozeer in strijd wordt geacht met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak tot gevolg heeft. [11] Een dergelijke heldere lijn van de cassatierechter is mij niet bekend als het gaat om situaties als de onderhavige waar in het cassatiedossier
een in eerste aanleg voorgedragen pleitnotaontbreekt. Op zichzelf is dat verklaarbaar. In cassatie wordt immers opgekomen tegen beslissingen die in de bestreden uitspraak of het proces-verbaal van de zitting van het hof zijn opgenomen, dan wel tegen processuele verzuimen die de rechter in hoger beroep heeft begaan. Verweren die de verdediging in eerste aanleg heeft gevoerd en in hoger beroep niet expliciet heeft herhaald, doen er in de regel niet meer toe. [12]
het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanlegontbreekt. Dan kan immers niet worden gezegd dat het hof in hoger beroep conform het bepaalde in art. 422 lid 2 Sv Pro mede heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg,
zoals dit volgens het proces-verbaal van die terechtzittingheeft plaatsgevonden. In hoger beroep kan dan kan met name niet worden gecontroleerd of ter terechtzitting in eerste aanleg alle voorgeschreven procedurevoorschriften in acht zijn genomen. Hoewel een dergelijke schending (van art. 422 lid 2 Sv Pro) naar de letter van de wet niet met nietigheid is bedreigd, acht de Hoge Raad die sanctie wel aangewezen indien de verdachte door het verzuim in enig belang is geschaad. [13] In het middel wordt bij deze laatste jurisprudentiële lijn aansluiting gezocht. Daarmee ben ik weer terug bij de zaak.
“overeenkomstig zijn overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnotities”, maar in die overgelegde pleitnoties is ook te lezen:
“Mocht u van mening zijn dat er wel sprake is van een wettig bewijs dan ontbreekt de overtuiging. Ik verwijs u daarvoor kortheidshalve naar de inhoud van de pleitnota uit eerste aanleg en verzoek u deze hier als herhaald en ingelast te beschouwen.”
4.1.1. Standpunt verdediging
5.Het vierde middel
Het vonnis waarvan beroep
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) dagen.
taakstrafvoor de duur van
80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis.
€ 500,- (zegge: vijfhonderd euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 500,-(hoofdsom,
zegge:vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
10 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
NJ2018/173 de appelrechter aanbevolen in het dictum van het arrest alle opgelegde straffen en/of maatregelen integraal weer te geven. Op die wijze worden ook misverstanden in de tenuitvoerlegging voorkomen.