ECLI:NL:PHR:2021:282
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek horen minderjarige getuige bij ontuchtzaak
In deze zaak is de verdachte veroordeeld wegens ontucht met minderjarige aan zijn zorg toevertrouwde kinderen. Het hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde het vonnis deels en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf op. De verdediging verzocht herhaaldelijk om het horen van de minderjarige getuige [benadeelde 1], wiens verklaring het enige bewijs vormde.
Het hof wees dit verzoek af vanwege de mogelijke belasting voor de minderjarige en het ontbreken van noodzaak, ondanks dat een deskundige had vastgesteld dat de betrouwbaarheid van een deel van de verklaring niet kon worden vastgesteld. De verdediging stelde dat het horen van de getuige noodzakelijk was om haar verklaring op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid te toetsen, conform het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro).
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen, met name omdat het hof niet heeft onderzocht of het horen van de getuige schadelijk zou zijn en geen maatregelen heeft overwogen ter bescherming van haar welzijn. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het verzoek tot het horen van de minderjarige getuige opnieuw moet worden gewogen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij de afwijzing van het verzoek om de minderjarige getuige te horen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.