Conclusie
supercell: een fikse storm die met grote hagelstenen gepaard is gegaan. Er is schade ontstaan aan (onder meer) de daken van hun gebouwen. In dit verband hebben zij een beroep gedaan op hun bij Allianz lopende verzekering. Allianz heeft uitkering geweigerd, omdat sprake zou zijn van hagelschade en [eisers] niet voor clausule 593 hebben gekozen, waarmee zij dekking voor hagelschade zouden hebben gehad. Volgens [eisers] moet de schade worden aangemerkt als stormschade, waarvoor de verzekering wel dekking biedt. Zij hebben in dit verband ook aangevoerd dat de schade onder de dekking voor stormschade valt, omdat Allianz schade die indirect is veroorzaakt door storm niet met zoveel woorden van de dekking voor stormschade heeft uitgesloten.
dominant cause-leer. Uitgaande van deze verzekeringsrechtelijke causaliteitsleer heeft het hof de hagel – en niet de storm – als de
dominant causeaangewezen. De door [eisers] geleden schade valt daarom niet onder de dekking van de verzekering. Het hof is niet meegegaan met het betoog van [eisers] dat de schade onder de verzekering is gedekt, omdat Allianz schade die indirect is veroorzaakt door storm niet van dekking heeft uitgesloten.
dominant cause-leer van toepassing is. Ook zou het hof de
dominant cause-leer en het daarbij horende
common sense-criterium onjuist hebben toegepast. Volgens [eisers] had het hof de storm als de rechtens relevante oorzaak moeten aanwijzen of in elk geval als medeoorzaak. Ten slotte klagen zij over de verwerping door het hof van hun betoog dat de schade onder de verzekering is gedekt omdat Allianz schade die indirect is veroorzaakt door storm niet van dekking heeft uitgesloten.
1.Feiten
supercell. Er is schade ontstaan aan (onder meer) de daken van de gebouwen van [eisers]
Evenement/oorzaak
2.Procesverloop
dominant cause-leer. [3] Zij heeft aangevoerd dat de hagelstenen als de
dominant causevan de schade moeten worden aangemerkt. Volgens Allianz biedt de verzekering geen dekking voor hagelschade.
Dekking
dominant cause-leer:
dominant cause-leer leidt er volgens de rechtbank toe dat de storm als rechtens relevante oorzaak van de schade van [eisers] moet worden aangemerkt:
schade die tijdens de storm door de inslag van hagel is ontstaan.” Een dergelijke uitsluiting heeft Allianz niet in haar voorwaarden opgenomen.
bij de beantwoording van de vraag wat de oorzaak van de gestelde schade is aansluiting moet worden gezocht bij de zogenoemde dominant-cause-leer, zoals namens Allianz ook is aangegeven”. In de toelichting op deze grief staat onder meer dat [eisers] van mening zijn dat de
dominant cause-leer niet, althans niet de juiste causaliteitsmaatstaf is. Volgens [eisers] is de
condicio sine qua non-leer meer passend of dient de leer van de adequate veroorzaking te worden toegepast. [10]
Causaliteit (grief 1 in het principaal appel en grief I in het incidenteel appel)
dominant cause-leer onjuist heeft toegepast. Voor het geval deze grief slaagt, klaagt grief I in het incidenteel appel erover dat de rechtbank heeft geoordeeld dat bij de beantwoording van de vraag wat de oorzaak van de schade is, aansluiting moet worden gezocht bij de
dominant cause-leer.
dominant cause-leer aan de orde stellen.”
dominant cause-leer van toepassing is:
Het bepalen van de schadeoorzaak
dominant cause-leer). De voorwaardelijke incidentele grief van [eisers] kan reeds daarom niet slagen. Een oorzaak kwalificeert als rechtens relevant als die geldt als de meest effectieve of meest dominerende factor voor het ontstaan van de schade. De rechtens relevante schadeoorzaak wordt mede vastgesteld met inachtneming van de regels van gezond verstand.”
dominant cause-leer heeft het hof echter tot een conclusie gebracht die tegenovergesteld is aan die van de rechtbank. Volgens het hof moeten de (inslaande) hagelstenen worden aangemerkt als de rechtens relevante oorzaak – en dus niet de storm – zodat de door [eisers] geleden schade niet onder de dekking van de verzekering valt:
Rechtens relevante schadeoorzaak
Dekking
named perils-polis). Een uitsluitingsclausule komt pas aan de orde als eerst sprake is van een gedekt evenement. Dat doet zich hier niet voor. De door [eisers] afgesloten module voor onder andere stormschade dekt de schade aan de bedrijfsgebouwen van [eisers] niet. Daarbij merkt het hof op dat Allianz erop heeft gewezen dat clausule 593 “Bijzondere voorwaarden uitgebreide verzekering voor agrarische bedrijven” de mogelijkheid bood om naast stormschade ook hagelschade te verzekeren en dat [eisers] daar niet voor hebben gekozen. Door [eisers] is dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken.”
3.Causaliteit in het verzekeringsrecht
supercellvan 23 juni 2016, een fikse storm die met grote hagelstenen gepaard is gegaan, heeft niet alleen geleid tot de onderhavige procedure tussen [eisers] en Allianz, maar tot nog tenminste acht andere procedures tegen verzekeraars en tot een nog groter aantal uitspraken. [12] Eén van deze andere procedures bracht het vorig jaar tot Uw Raad (zaak 19/05704). [13] Het gaat om de procedure tussen de exploitanten van een varkensfokbedrijf (hierna: ‘de varkensfokkers’) en Interpolis, [14] waarin ik op 13 november 2020 heb geconcludeerd. [15] Uw Raad heeft in deze zaak nog geen uitspraak gedaan.
dominant cause-leer moet worden toegepast. [16] Hoewel beide zaken vergelijkbaar zijn, zijn er ook enkele niet onbelangrijke verschillen. Zowel in de onderhavige procedure als in die tussen de varkensfokkers en Interpolis heeft de verzekerde geen dekking voor hagelschade genomen, terwijl dat wel tot de mogelijkheden behoorde. In beide zaken biedt de betrokken verzekering alleen dekking voor stormschade en is de vraag of de schade waarvan verzekerde vergoeding vordert is te beschouwen als gedekte stormschade. De contractuele context is in zoverre in beide procedures gelijk. [17] Een belangrijk verschil tussen beide procedures is dat de varkensfokkers en Interpolis het er in de feitelijke instanties over eens waren dat de
dominant cause-leer toepassing moest vinden. [18] Omdat het hof vervolgens de
dominant cause-leer op juiste wijze had toegepast, heb ik verwerping van het door de varkensfokkers ingestelde cassatieberoep voorgesteld. [19] In de onderhavige procedure hebben [eisers] daarentegen het standpunt van Allianz dat de
dominant cause-leer van toepassing is, bestreden, zowel in feitelijke instanties als in cassatie. Hierdoor is in deze zaak het debat in cassatie ruimer: het gaat niet alleen om de vraag of het hof de
dominant cause-leer op juiste wijze heeft toegepast, maar vooral (en eerst) om de vraag of het hof deze leer
mochttoepassen.
dominant cause-leer moet worden toegepast. In mijn conclusie voor de zaak van de varkensfokkers ben ik uitvoerig op deze thema’s ingegaan. [20] Het is niet efficiënt om al mijn bevindingen hier te herhalen. Daarom zal ik hier volstaan met het weergeven van de hoofdlijnen, onder verwijzing naar de belangrijkste randnummers uit eerdergenoemde conclusie.
dominant cause-leer moet worden toegepast. [21] Ook in deze zaak heeft Uw Raad nog geen uitspraak gedaan.
storm, waarvoor zij verzekeringsdekking hebben. [23] Allianz is van opvatting dat
hagelals de oorzaak van de schade moet worden aangemerkt, zodat zij niet hoeft uit te keren. [24] In dit verband heeft Allianz erop gewezen dat schade door hagel niet wordt gedekt door de verzekering. Daarbij heeft zij aangevoerd dat [eisers] er niet voor hebben gekozen om hagelschade aan hun opstallen te verzekeren. [25]
Hogenboom/Unigarant-arrest. [26] De voor (wettelijke) aansprakelijkheid geldende leer van de toerekening naar redelijkheid (art. 6:98 BW Pro) is hier niet aan de orde. [27]
Hogenboom/Unigarant-arrest gegeven maatstaf. In lastige gevallen zoeken rechtspraak en literatuur hun toevlucht tot een uit een ‘normatieve causaliteitstheorie’ [28] voortvloeiende causaliteitsmaatstaf. Deze doet dan zijn intrede in de contractuele verhouding via het uitleg-leerstuk of op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW Pro). De belangrijkste causaliteitstheorieën in dit verband zijn: [29]
causa remota-leer, [30] die als een toepassing van de leer van de adequate veroorzaking wordt gezien;
dominant cause-leer worden gezegd.
dominant cause-leer, die een zekere populariteit in feitenrechtspraak [35] en verzekeringsrechtelijke literatuur [36] lijkt te hebben verworven, is een uit Engeland overgewaaide causaliteitsleer die kort samengevat inhoudt dat moet worden gezocht naar de meest dominante, inwerkende oorzaak. Hierbij moet men dan het gezond verstand (
common sense) gebruiken. [37]
common sense-criterium dat in deze leer centraal staat, geeft te weinig richting. Wat met de
dominant cause-leer wordt bereikt, het aanwijzen van een ‘rechtens relevante oorzaak’ in het geval meerdere oorzaken zich aandienen, kan bovendien net zo goed binnen een op verzekering toegespitste toerekening naar redelijkheid. [38] Ik wijs in dit verband ook op de wankele basis van de
dominant cause-leer waar het om het Nederlandse recht gaat: een richtinggevende uitspraak van Uw Raad is er niet. [39]
Hogenboom/Unigarant-arrest. [40] Zo’n theorie biedt ook ruimte om onderscheid te maken naar de aard van de verzekering: bij de aansprakelijkheidsverzekering en de schadeverzekering voor inzittenden kan men, juist vanwege het verband met het aansprakelijkheidsrecht, bijvoorbeeld wél het accent leggen op de toerekening naar redelijkheid zoals art. 6:98 BW Pro die meebrengt, terwijl men bij andere verzekeringen, bijvoorbeeld bij de CAR-verzekering, het accent kan leggen op de
causa proxima. [41]
supercellvan 23 juni 2016, maar over een verzekerde tweedehands auto die is gestolen en daarna uitgebrand werd teruggevonden. Voor de diefstal bestaat geen verzekeringsdekking, omdat Bosporus niet aan een zogenaamde alarmklasseclausule in de verzekeringsvoorwaarden heeft voldaan. Voor de brandschade bestaat wel dekking. Het hof Arnhem-Leeuwarden is niet meegegaan met het beroep van ASR op de
dominant cause-leer, inhoudende dat de diefstal moet worden aangewezen als de dominante en daarmee rechtens relevante oorzaak, zodat aan de brand geen zelfstandige betekenis toekomt: [43]
“dominant cause”leer betekent dit in dit specifieke geval dus niet dat de schade als gevolg van de diefstal (als
“dominant cause”moet worden beschouwd. Uiteindelijk bieden de polisvoorwaarden voor dit geval van polycausaliteit geen aanwijzing voor de door ASR voorgestane uitleg. Als ASR op een geval als dit de
“dominant cause”leer had willen toepassen, had het op haar weg gelegen om dit in duidelijke bewoordingen in de polisvoorwaarden op te nemen. Dat heeft zij echter nagelaten.”
dominant cause-leer, kunnen als suggesties voor een mogelijke uitleg dienen. Het is volgens A-G Valk niet zo dat de rechter bij zijn uitleg aan één theorie is gebonden, ook niet in beginsel. De rechter is dus ook niet gebonden aan de
dominant cause-leer. [45] Die leer geldt volgens hem niet als hét uitgangspunt. [46] Zelf heeft hij een voorkeur uitgesproken voor de leer van de toerekening naar redelijkheid. [47] Uw Raad heeft als gezegd (randnummer 3.3 hiervoor) nog geen uitspraak gedaan in de zaak tussen Bosporus en ASR.
Hogenboom/Unigarant-arrest). In lastige gevallen kunnen normatieve causaliteitsleren hulp bieden (randnummer 3.6 hiervoor). Ik heb in dit verband een voorkeur uitgesproken voor een verzekeringsrechtelijke variant van de leer van de toerekening naar redelijkheid, met daarin ruimte voor het maken van onderscheid naar de aard van de verzekering. A-G Valk heeft ook een voorkeur voor de leer van de toerekening naar redelijkheid, maar heeft daarbij wel, als gezegd, opgemerkt dat geen van de causaliteitsleren tot regel kan worden verheven. Op het punt van de
dominant cause-leer zitten A-G Valk en ik in ieder geval op één lijn: toepassing van die leer is niet hét uitgangspunt.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
dominant cause-leer van toepassing is en tegen de wijze waarop het hof deze leer heeft toegepast. [eisers] klagen voorts over rov. 4.6, waarin het hof is voorbijgegaan aan het betoog van [eisers] , dat de schade onder de dekking valt omdat Allianz schade die indirect is veroorzaakt door storm niet heeft uitgesloten van de dekking voor stormschade.
dominant cause-leer van toepassing is en tegen de wijze waarop het hof deze leer heeft toegepast. Twee van de subonderdelen – 2.1 en 2.3 – slagen wat mij betreft, zodat vernietiging van het bestreden arrest en verwijzing naar een ander hof moet volgen. Het verwijzingshof moet de overeenkomst alsnog aan de hand van de maatstaf uit het arrest
Hoogenboom/Unigarantbeoordelen en, mocht dat geen uitkomst bieden, zijn heil zoeken in een van de beschikbare normatieve causaliteitsleren (randnummer 3.7 hiervoor). Dit vergt een feitelijke beoordeling, die aan de verwijzingsrechter is, al komt het mij voor dat de door het hof in het bestreden arrest bereikte uitkomst juist is. Of vernietiging en verwijzing [eisers] werkelijk wat gaat opleveren, is daarom de vraag. Ik kom daarop in de slotsom (randnummers 4.44 en 4.45) terug.
dominant cause-leer). Volgens [eisers] brengt de omstandigheid dat verzekeringsvoorwaarden niet (uitdrukkelijk) een causaliteitsmaatstaf bevatten, niet (zonder meer) mee dat de
dominant cause-leer moet worden toegepast. Volgens hen moet in een dergelijk geval door uitleg van de verzekeringsovereenkomst worden vastgesteld wat de inhoud daarvan is ter zake de voor dekking vereiste causaliteit. Vastgesteld moet bijvoorbeeld worden of ook minder directe gevolgen van een gedekt evenement zijn gedekt. Die uitleg moet volgens hen plaatsvinden aan de hand van de regels die in de jurisprudentie over uitleg van (standaard) verzekeringspolissen zijn ontwikkeld.
dominant cause-leer toepassing moet vinden. Bij de beantwoording van de vraag of het in de verzekeringsovereenkomst verlangde causaal verband aanwezig is, komt het in de eerste plaats immers aan op inhoud en strekking van die overeenkomst en, zo daarover geschil bestaat, op uitleg van die overeenkomst. Dit volgt uit het
Hogenboom/Unigarant-arrest van Uw Raad (randnummers 3.5 en 3.12 hiervoor). Komt men er met deze maatstaf niet uit, dan kunnen diverse causaliteitsleren (randnummer 3.6 hiervoor), waaronder ook de
dominant cause-leer, als suggesties voor een mogelijke uitleg dienen. Géén van de causaliteitsleren heeft daarbij in het algemeen voorrang boven de andere of is als
hetuitgangspunt aan te merken, ook de
dominant cause-leer niet (randnummers 3.11 en 3.12 hiervoor). In dit verband verwijs ik ook naar hetgeen ik heb opgemerkt in randnummer 3.7 hiervoor. Anders dan in de literatuur naar voren is gebracht, kan het
Che Guavara-arrest [50] moeilijk als basis dienen voor de
dominant cause-leer. [51]
dominant cause-leer moet worden toegepast. Voor zover hier al kan worden gesproken van uitleg van de verzekeringsovereenkomst zoals voorgeschreven door Uw Raad in het
Hogenboom/Unigarant, is deze uitleg te kort door de bocht. Het enkele feit dat de polisvoorwaarden geen causaliteitsmaatstaf bevatten, maakt immers niet dat
dusde
dominant cause-leer moet worden toegepast. Als gezegd kan dit niet uit het
Che Guavara-arrest worden afgeleid. Het hof heeft hier ook miskend dat zich naast de
dominant cause-leer ook andere causaliteitsleren aandienen als men er met uitleg van de verzekeringsovereenkomst niet uitkomt. De
dominant cause-leer geldt niet als
hetuitgangspunt.
dominant cause-leer moet worden toegepast. Volgens [eisers] heeft het hof ten onrechte eerst, in rov. 4.5, aan de hand van de
dominant cause-leer bepaald dat de storm niet de oorzaak is van de schade, en heeft het hof dit uitgangspunt vervolgens ten onrechte aan [eisers] tegengeworpen bij zijn (door [eisers] in cassatie veronderstelde) uitleg in rov. 4.6.
named perils-polis, [52] niet gekozen voor clausule 593) bij uitstek omstandigheden zijn die het hof had moeten meewegen in het kader van de in
Hogenboom/Unigarantvoorgeschreven uitleg van de verzekeringsovereenkomst. De in de kleine letters naar voren gebrachte klacht gaat echter uit van een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist derhalve feitelijke grondslag. In rov. 4.6 heeft het hof zich uitgesproken over het betoog van [eisers] dat de schade onder de verzekering is gedekt, omdat Allianz schade die
indirectis veroorzaakt door storm niet van dekking heeft uitgesloten. [53] Het hof heeft dit betoog verworpen, omdat de gesloten verzekering een
named perils-verzekering is, waarbij een uitsluitingsclausule pas aan de orde komt als sprake is van een gedekt evenement. Daarvan is geen sprake. [eisers] hadden voorts kunnen kiezen voor dekking tegen hagelschade. Deze overwegingen staan los van de door het hof in rov. 4.4 gemaakte ‘keuze’ voor de
dominant cause-leer, waartegen subonderdeel 2.1 (en ook de in de kleinere letters geformuleerde klacht) zich richt en betreffen (ook) geen uitleg van de verzekeringsovereenkomst op het punt van de causaliteit. Het hof heeft slechts willen reageren op het voornoemde betoog van [eisers]
dominant cause-leer moet worden gehanteerd. Volgens [eisers] leidt de aard van de onderhavige verzekeringsovereenkomst, de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid niet (zonder meer) tot toepassing van de
dominant cause-leer.
dominant cause-leer, zoals door het hof geïnterpreteerd, moet worden toegepast.
condicio sine qua non-leer en op de leer van de adequate veroorzaking naar voren geschoven. Met betrekking tot de
condicio sine qua non-leer hebben [eisers] aangevoerd dat hier sprake is van samenhangende en met elkaar in verband staande oorzaken, omdat de hagel niet kan bestaan zonder de wind, en dat het daarom meer passend is om deze leer te hanteren. [54] Meer in aanmerking kwam volgens [eisers] ook de leer van de adequate veroorzaking, waarin als oorzaak wordt aangemerkt de meest verwijderde gebeurtenis die bij een normale gang van zaken c.q. naar redelijke verwachting de schade teweeg zou brengen, welke leer in verzekeringsrechtelijke verhoudingen steun heeft gekregen. [55] Volgens [eisers] had het hof moeten toelichten waarom een andere maatstaf dan die van de
dominant causeniet in aanmerking kwam.
dominant cause-leer bestreden. [56] In dit verband hebben zij aangevoerd dat, als dan toch een causaliteitsleer moet worden gekozen, gekozen zou moeten worden voor een leer die past bij de bepalingen van de verzekeringsovereenkomst en de omstandigheden van het geval en niet voor een leer die de causaliteit en dekking verdergaand beperkt dan aan de hand van de bewoordingen kenbaar was voor [eisers] [57] [eisers] hebben vervolgens gesteld dat de
condicio sine qua non-leer passender is, of althans de leer van de adequate veroorzaking. Het hof heeft in rov. 4.4, waarin het heeft gekozen voor de
dominant cause-leer, geen enkel woord besteed aan deze stellingen van [eisers] Ook elders in de uitspraak heeft het hof zich niet over deze stellingen uitgelaten. Hiermee heeft het hof zijn overweging dat de
dominant cause-leer van toepassing is aangezien de polisvoorwaarden geen causaliteitsmaatstaf bevatten, onvoldoende gemotiveerd.
dominant cause-leer met twee klachten. Volgens [eisers] heeft het hof het hoe dan ook verkeerd gedaan. Het hof had volgens hen ofwel langs route A) tot het oordeel moeten komen dat de schade moet worden toegerekend aan de storm dan wel langs route B) tot een proportionele toerekening van de schade aan beide oorzaken moeten komen, zodat [eisers] ten minste gedeeltelijk recht op uitkering zouden hebben.
dominant cause-leer heeft toegepast, namelijk door van twee mogelijke schadeoorzaken (de storm en de hagel) één rechtens relevante aan te wijzen, met uitsluiting van de andere. Volgens [eisers] heeft het hof hiermee miskend dat in een geval als het onderhavige, waarin twee gebeurtenissen (de storm en de hagel) leiden tot schade die door die gebeurtenissen afzonderlijk niet zou zijn ingetreden, toerekening in beginsel behoort plaats te vinden aan de gedekte oorzaak.
dominant cause-leer houdt in dat gezocht dient te worden naar de meest dominante, inwerkende oorzaak. Die oorzaak moet als ‘de’ oorzaak worden aangewezen. Men dient hierbij het gezond verstand als maatstaf te hanteren. [58] Het hof heeft dit in rov. 4.5 gedaan. Het hof heeft immers, verwijzend naar “
een gemiddeld persoon met gezond verstand” de inslaande hagelstenen als de dominante oorzaak aangewezen.
dominant cause-leer en van twee mogelijke schadeoorzaken, de schade had moet toerekenen aan de gedekte oorzaak (storm). Zij hebben in dit verband niet verwezen naar rechtspraak of naar literatuur. In de tot nu toe gepubliceerde rechtspraak en literatuur over de
dominant cause-leer is de door [eisers] naar voren gebrachte regel niet te vinden. [59] Het bestaan van zo’n regel lijkt mij ook niet juist. Niet valt in te zien waarom, als twee gebeurtenissen hebben geleid tot schade die door die gebeurtenissen afzonderlijk niet zou zijn ingetreden, toerekening
in beginselbehoort plaats te vinden aan de gedekte oorzaak. Voor de niet-gedekte gebeurtenis heeft de verzekeringnemer immers geen premie betaald.. Het zou tegenover de verzekeraar niet redelijk zijn om die niet-gedekte gebeurtenis te negeren door de schade
in beginselaan de wel gedekte oorzaak toe te rekenen.
dominant causeonjuist heeft ingevuld, althans daaraan een verkeerde toepassing heeft gegeven. Volgens [eisers] heeft het hof in rov. 4.5 ten onrechte aangenomen dat het erop aankomt wat een gemiddeld persoon met gezond verstand en (slechts) gemiddelde kennis (mede gezien het schadebeeld) als de schadeoorzaak zou aanwijzen. Volgens [eisers] gaat het erom welke oorzaak met inachtneming van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval met het gezonde verstand als de rechtens relevante moet worden aangewezen. Dus inclusief de meer technisch of wetenschappelijk relevante omstandigheden, welke (of het belang waarvan) een gemiddeld weldenkend persoon wellicht niet kent, maar die feitelijk wel aan het ontstaan van de schade hebben bijgedragen.
dominant cause-leer wel degelijk rekening hield met rapporten van experts over de schadeoorzaak en zich dus niet enkel verliet op “
de gewone man met gezond verstand” of in de woorden van Allianz “
the man in the street”. Volgens [eisers] had het hof in het licht hiervan moeten motiveren waarom in dit geval geen rekening kon worden gehouden met de meer technische/wetenschappelijke aspecten van het ontstaan van de schade.
common sense(randnummer 3.7 hiervoor), past het niet om daarbij ook “
de meer technisch of wetenschappelijk relevante omstandigheden”, zoals [eisers] dit noemen, in acht te nemen. Het
common sense-criterium bedoelt nu juist te breken met ingewikkelde wetenschappelijke benaderingen over causaliteit. [64] Dat de rechtbank Rotterdam in een uitspraak uit 2009 wel rekening heeft gehouden met rapporten van experts over de schadeoorzaak, maakt dit niet anders. Daarbij komt dat het hof wel degelijk in rov. 4.5 rekening heeft gehouden met bepaalde meer technische/wetenschappelijke aspecten van het ontstaan van de schade, zoals [eisers] dat noemen. Het hof verwijst in rov. 4.5 bijvoorbeeld naar “
luchtbewegingen hoog in de atmosfeer” en naar het beroep van [eisers] op de ongebruikelijke snelheid waarmee de hagelstenen zijn gevallen.
supercellbleek te zijn en (iv) in ieder geval medewerkers van Allianz, die zich op het standpunt stellen dat hagel altijd ontstaat door stormwind, de schade niet (enkel) aan een hagelbui kunnen toeschrijven. Volgens het [eisers] had het hof in het licht van dit betoog (nader) moeten motiveren waarom een gemiddeld persoon met gezond verstand enkel de hagel als schadeoorzaak zou aanwijzen, in plaats van dit “
extreme noodweer” c.q. deze extreme storm. Dit geldt volgens hen te meer omdat gewone hagel geen gaten in vaste daken slaat.
dominant cause-leer en daarmee van het gezond verstand als criterium, dan is inderdaad – voor zover dit (feitelijke) oordeel in cassatie kan worden getoetst – de hagel als oorzaak van de schade aan te wijzen. Een persoon met gezond verstand zal, waar grote hagelstenen golfplaten van varkensstallen hebben geperforeerd (de tweede zin van rov. 4.5), de hagel als oorzaak aanwijzen en van hagelschade spreken, omdat dit past bij het schadebeeld (de vierde zin van rov. 4.5). Het geperforeerd zijn van de hagelplaten duidt op hagelschade. De extreme omvang van de neergekomen hagelstenen doet daar niet aan af, zoals het hof heeft overwogen. Er blijft ook dan sprake van hagel en van hagelschade. De stellingen onder (i) tot en (iii) van het subonderdeel, die het hof niet heeft miskend (de eerste zin van rov. 4.5), brengen hierin geen verandering. Op de stelling onder (iv) [65] heeft het hof niet hoeven responderen. Deze stelling is terloops betrokken, in het kader van de betwisting door [eisers] dat de gewone man de schade aan de daken aan een (enkele) hagelbui zal toeschrijven.
Voor zover [eisers] menen dat sprake is van stormschade omdat valwinden ervoor hebben gezorgd dat de hagelstenen met ongebruikelijke snelheid tegen de daken van haar gebouwen zijn gewaaid en dat daardoor de schade is ontstaan, miskennen zij dat ook dat juist als hagelschade, en niet als stormschade te kwalificeren valt.”
dus”) niet valt onder stormschade. Dit laatste heeft het hof echter niet vastgesteld. In cassatie is daarom het standpunt van [eisers] uitgangspunt.
welkan worden gesproken van stormschade waar de hagel onder een behoorlijke hoek schade heeft veroorzaakt aan verticale oppervlakten als beglazing en rolluiken (rov. 2.5 van het bestreden arrest). Dit maakt echter niet dat het hof had moeten aannemen dat ook bij [eisers] , bij wie zich deze situatie van horizontaal op verticale oppervlakten inslaande hagelstenen niet heeft voorgedaan, [68] sprake is geweest van stormschade. In het geval van [eisers] heeft het hof de schade als hagelschade mogen aanmerken, ook al is van hoge windsnelheden sprake geweest.
dominant cause-leer moet worden toegepast, slagen. Beide subonderdelen bestrijden terecht het oordeel van het hof dat aangezien de polisvoorwaarden geen causaliteitsmaatstaf bevatten, het antwoord op de vraag of de schade van [eisers] onder de verzekering is gedekt, moet worden gevonden met toepassing van de
dominant cause-leer. Subonderdeel 2.2 hoeft, gelet op het slagen van subonderdeel 2.1, geen bespreking. Subonderdelen 2.4 tot en met 2.7, gericht tegen rov. 4.5, waarin het hof, uitgaande van de
dominant cause-leer en het daartoe behorende
common sense-criterium, tot het oordeel is gekomen dat de storm als de rechtens relevante oorzaak moet worden aangewezen, falen. Het hof heeft, gegeven zijn ‘keuze’ voor de
dominant cause-leer, deze leer op zich wel juist toegepast.
named perils) en voor de omstandigheid dat clausule 593 “
Bijzondere voorwaarden uitgebreide verzekering voor agrarische bedrijven” de mogelijkheid bood om naast stormschade ook hagelschade te verzekeren, waarvoor [eisers] evenwel niet hebben gekozen. Hieruit volgt inderdaad dat de schade van [eisers] niet onder de dekking valt (zie ook randnummer 4.35 hiervoor).
indirectdoor storm is veroorzaakt niet van dekking heeft uitgesloten. Hetgeen het hof in rov. 4.5 heeft overwogen, staat daar los van. Dit blijkt ook uit de kopjes die het hof boven rov. 4.5 en 4.6 heeft geplaatst (respectievelijk “
Rechtens relevante schadeoorzaak” en “
Dekking”).
dat Allianz erop heeft gewezen dat clausule 593 “Bijzondere voorwaarden uitgebreide verzekering voor agrarische bedrijven” de mogelijkheid bood om naast stormschade ook hagelschade te verzekeren en dat [eisers] daar niet voor hebben gekozen” en de daaropvolgende overweging dat [eisers] dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd, hebben weersproken. Volgens [eisers] zijn deze overwegingen onbegrijpelijk, althans kunnen deze overwegingen niet redengevend zijn voor het oordeel van het hof dat de schade van [eisers] niet onder de dekking valt. In dit verband betogen [eisers] dat zij hebben gesteld dat zij niet op de hoogte waren van de mogelijkheid om hagelschade afzonderlijk te verzekeren en (omdat) daarvan niet blijkt uit haar polisblad of polisvoorwaarden. Ook betogen zij dat zij hebben bestreden dat zij er bewust voor hebben gekozen om hagel door storm niet te verzekeren. [eisers] hebben aldus, zo betogen zij, wel degelijk gemotiveerd – want onder verwijzing naar de door hen geaccepteerde (tekst van de) verzekeringsovereenkomst – gesteld dat zij er niet voor hebben gekozen om hagel buiten de dekking te laten. [70]
Bijzondere voorwaarden uitgebreide verzekering voor agrarische bedrijven”) de mogelijkheid bood om naast stormschade ook hagelschade te verzekeren en dat [eisers] daar niet voor hebben gekozen. Volgens het hof hebben [eisers] dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. In cassatie bestrijden [eisers] dat zij de desbetreffende stelling van Allianz niet (voldoende) hebben weersproken, maar in geen van de vindplaatsen in de processtukken waarnaar zij verwijzen is een voldoende gemotiveerde betwisting van de stelling van Allianz te vinden. Wel staat in randnummer 14. van de pleitnota in hoger beroep dat [eisers] clausule 593 niet kenden en dat de stelling van Allianz dat [eisers] bewust zouden hebben gekozen om hagel door storm niet te verzekeren onjuist is en nergens op gestoeld. Het hof heeft hierin echter niet een voldoende gemotiveerde weerspreking van [eisers] moeten vinden, waarbij van belang is dat de interpretatie van processtukken een feitelijke kwestie is, aan de feitenrechter is voorbehouden en in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst. [71] Het gaat om een blote ontkenning, die door [eisers] niet van enige context is voorzien. Die context had wel gegeven moeten worden. [eisers] hadden bijvoorbeeld bij hun stelling kunnen betrekken hoe het sluiten van de verzekeringsovereenkomst is verlopen. Zij hadden aldus aannemelijk kunnen maken dat de optie om ook hagelschade te verzekeren hen nimmer is voorgehouden, dus ook niet door hun assurantietussenpersoon.
gekozenen dat [eisers] dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd hebben betwist.
dominant cause-leer. Deze overweging is onjuist om de hiervoor in randnummers 4.4, 4.5 en 4.14 genoemde redenen. Dit betekent dat het hof-arrest moet worden vernietigd en de procedure naar een ander hof moet worden verwezen. Het verwijzingshof zal de tussen [eisers] en Allianz gesloten verzekering alsnog moeten uitleggen aan de hand van de door Uw Raad in het
Hogenboom/Unigarant-arrest gegeven maatstaf (randnummer 3.6 hiervoor). Biedt dat geen uitkomst, dan kan het hof zijn toevlucht zoeken tot een normatieve causaliteitsleer (randnummer 3.7 hiervoor). In de door mij voorgestane verzekeringsrechtelijke variant van de leer van de toerekening naar redelijkheid wordt schade toegerekend aan een of meerdere oorzaken in het licht van de (bepalingen van de) verzekeringsovereenkomst, dus in het licht van de (al dan niet geobjectiveerde) bedoelingen en verwachtingen van de verzekeraar en de verzekeringnemer. De aard van de verzekering kan hierbij een rol spelen (randnummer 3.10 hiervoor).
named perils-verzekering, [72] hetgeen betekent dat de verzekering dekking biedt voor met name genoemde risico’s (zoals in dit geval schade door storm en schade door hagel). Het is aan verzekerde om te bepalen voor welke risico’s hij dekking neemt. In dit geval hebben [eisers] wel gekozen voor dekking voor schade door storm, maar niet gekozen voor clausule 593 (schade door hagel). Het bestaan van deze keuzemogelijkheid duidt erop dat schade die is veroorzaakt doordat tijdens een storm hagel is ingeslagen, niet onder de dekking voor stormschade valt. Een ander oordeel, namelijk dat de schade wel onder de dekking voor stormschade valt, is niet goed met deze keuzemogelijkheid te rijmen. Met een dergelijk oordeel zou ook onvoldoende rekening worden gehouden met het belang van Allianz. Allianz heeft nu juist een
named perils-verzekering op de markt gebracht, met de mogelijkheid voor de verzekerde om zich aanvullend, tegen een wat hogere premie, tegen hagelschade te verzekeren. Zou hagelschade onder de dekking voor stormschade kunnen vallen, dan zou dit in strijd zijn met de bedoeling van Allianz om stormdekking en hageldekking van elkaar te onderscheiden.