Conclusie
tweede middelklaagt dat “het hof de strafoplegging onvoldoende met redenen heeft omkleed, omdat het hof in strijd met artikel 359, zesde lid niet, althans in onvoldoende mate, heeft gemotiveerd waarom het een voorwaardelijke vrijheidsstraf heeft opgelegd met een proeftijd van drie jaren en tevens een maatregel op grond van artikel 38v heeft opgelegd”, terwijl het hof tevens een vervangende hechtenis heeft bevolen die uitgaat boven het wettelijke maximum van 6 maanden.
Oplegging van straf en maatregel