Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt met verwijzing naar HR 27 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:496 dat het hof heeft miskend dat ingevolge art. 588a, vierde lid (oud, thans art. 36g, vierde lid) Sv de tiendagentermijn bij de betekening van de inleidende dagvaarding in de onderhavige zaak van toepassing is.
De betekening in eerste aanleg is niet in orde. Mijn cliënt is in augustus 2017 verhoord. Hij heeft bij de politie twee adressen opgegeven waarop hij post kon ontvangen, namelijk het adres van zijn opa, aan de [a-straat] , en het adres van zijn vriendin, aan de [b-straat] . De opa van mijn cliënt is in november 2017 overleden en de dagvaarding is in januari 2018 per post naar het adres van zijn opa verzonden. Mijn cliënt was niet op de hoogte van de zitting.
Daarnaast heb ik mij op 7 augustus 2017 gesteld als advocaat, maar geen oproep ontvangen. Op 16 maart 2018 heb ik mij voor de zekerheid nogmaals gesteld. Ik heb mij gesteld via advocatuur@om.nl. Ik heb daar ook een ontvangstbevestiging van. U, oudste raadsheer, houdt mij voor dat ik mij had moeten stellen bij de griffie van de rechtbank. Ik doe het altijd op deze manier.
De jongste raadsheer toont de betekeningsstukken van de zitting in eerste aanleg op zijn beeldscherm aan de verdachte, de raadsman en de advocaat-generaal.
De raadsman verzoekt vervolgens om terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.
De advocaat-generaal deelt desgevraagd mede:
Gelet op de korte periode tussen het verzenden van de afschriften op 2 maart 2018 en de zitting op 9 maart 2018 denk ik dat we niet anders kunnen concluderen dan dat de betekening in eerste aanleg niet goed is gegaan. Het verzoek tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank kan worden toegewezen.
De voorzitter onderbreekt hierop het onderzoek voor beraad. Na beraad wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede:
Het hof wijst het verzoek tot terugwijzing af. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij nergens woont en dat hij schippert tussen de [b-straat] en de [a-straat] . Er is tijdig, op 13 januari 2018, getracht de dagvaarding op de [a-straat] te betekenen. Voorts is de dagvaarding ter griffie betekend, omdat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Op 2 maart 2018 is naar zowel de [b-straat] als de [a-straat] een afschrift van de dagvaarding verzonden. Voor die afschriftverplichting gold geen termijn van 10 dagen voor de zitting bij de politierechter op 9 maart 2018. De betekening in eerste aanleg was dus in orde.
Voorts moet een advocaat zich stellen bij de griffie van de rechtbank en niet bij het openbaar ministerie.
Het hof ziet geen reden de zaak terug te wijzen naar de rechtbank. De zaak zal inhoudelijk worden behandeld.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.”
[…]”
tweede middelbevat de klacht dat in het bijzonder het voorschrift van art. 51 (oud, thans art. 48) Sv is geschonden doordat het hof het verzoek van de raadsman tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank heeft afgewezen en de zaak na inhoudelijke behandeling zelf heeft afgedaan, terwijl in eerste aanleg dat voorschrift niet is nageleefd.
NJ2018/387, m.nt. Crijns overweegt de Hoge Raad met betrekking tot het overgangsrecht aangaande het stellen van een raadsman bij het openbaar ministerie het volgende:
derde middelklaagt dat art. 327 Sv Pro is geschonden omdat het hof de processen-verbaal van de zittingen van 24 januari 2020 (inhoudelijke behandeling) en 7 februari 2020 (uitspraak) niet heeft ondertekend. In de toelichting op het middel stelt de raadsman van de betrokkene dat nu de later door het hof opgestelde verklaring niet van enige dagtekening is voorzien, de genoemde processen-verbaal niet zijn vastgesteld en ondertekend overeenkomstig art. 327 Sv Pro en zij daarom rechtskracht missen.
Gerechtshof Den Haagmeervoudige kamer voor strafzaken
Proces-verbaalvan de op 24 januari 2020 in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof.
[…]
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat uitspraak zal worden gedaan ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 februari 2020 te 09:00 uur.
Vanwege (de gevolgen van) Covid-19 is het proces-verbaal van deze zitting wel door de voorzitter en de griffier vastgesteld, maar (nog) niet ondertekend.”
Gerechtshof Den Haagmeervoudige kamer voor strafzaken
Proces-verbaalvan de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 februari 2020.
[…]
Vanwege (de gevolgen van) Covid-19 is het proces-verbaal van deze zitting wel door de voorzitter en de griffier vastgesteld, maar (nog) niet ondertekend.”
Gerechtshof Den Haagmeervoudige kamer voor strafzaken
VERKLARING
met betrekking tot de
ondertekening van processen-verbaal ter terechtzitting van het hof en de bijlage houdende de bewijsmiddelen in de zaak tegen de verdachte, genaamd:[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
in deze strafzaak was het vanwege de maatregelen in verband met de uitbraak van COVID-19 eerder niet mogelijk om de navolgende stukken te ondertekenen:
- het proces-verbaal van de op 24 januari 2020 in het openbaar gehouden terechtzitting van dit hof, op welke terechtzitting de zaak is behandeld,
- het proces-verbaal van de op 7 februari 2020 in het openbaar gehouden terechtzitting van dit hof, op welke terechtzitting het arrest in de zaak is uitgesproken, alsmede
- de bijlage houdende de bewijsmiddelen in de zaak.
De ondergetekenden verklaren hierbij dat door middel van ondertekening van deze verklaring de hiervoor genoemde documenten alsnog worden voorzien in de ondertekening daarvan.
Voor de op 24 januari 2020 in het openbaar gehouden terechtzitting van dit hof, op welke terechtzitting de zaak is behandeld:
mr. T.J. Sleeswijk Visser, voorzitter
mr. M.T. Sluis, griffier
De griffier is buiten staat deze verklaring te ondertekenen.
Voor de op 7 februari 2020 in het openbaar gehouden terechtzitting van dit hof, op welke terechtzitting het arrest is uitgesproken:
mr. L.A.J.M. van Dijk, voorzitter mr. H. Hafti, griffier
De griffier is buiten staat het proces-verbaal te ondertekenen.
Voor de bijlage inhoudende de bewijsmiddelen in deze zaak:
mr. W.J. van Boven”
NJ2021/108 m.nt. Schutgens is uitgebreid stilgestaan bij de beperkingen die de COVID-19 pandemie ook voor de rechtspraak met zich brengt. Beschouwd is hoe eventuele oplossingen voor deze beperkingen zó kunnen worden vormgegeven dat de eisen van een eerlijk proces, voortvloeiend uit art. 6 EVRM Pro, niet in het gedrang komen, terwijl de continuïteit van het rechtsverkeer en daarmee de beperking van de vertraging van de behandeling van strafzaken tegelijkertijd worden gewaarborgd. De Hoge Raad haalt – kort gezegd – de relevante parlementaire stukken aan die betrekking hebben op de uitbraak van de pandemie van COVID-19 en overweegt onder meer:
Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
[…]
[…]”
vierde middelklaagt dat het hof niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat de eerste oogst is mislukt.
Vaststelling van de betalingsverplichtingUit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep komt naar voren dat de betrokkene uit het bewezen verklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten.
Het hof gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van één geslaagde oogst. Bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt het hof als uitgangspunt het zich in het dossier bevindende rapport ter berekening, van dat voordeel door de betrokkene, in welk rapport mede is gelet op het rapport "Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht" van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM-rapport) van 1 november 2010.
De berekening is als volgt.
OpbrengstRuimte.1: € 19.614,40
Ruimte 2: € 13.218,40
Ruimte 3: € 14.989, 60
Totaal opbrengst: € 47.822,40
KostenNu de woningruimte is gehuurd ter huisvesting van de hennepkwekerij, zal het hof de kosten voor de huur voor de duur van één kweekcyclus à 10 weken als kosten in de berekening opnemen. De huurprijs was vastgesteld op € 866,52 per maand. De in mindering te brengen huurkosten bedragen aldus (2,5 maand x € 866,52 =) € 2.166,30.
Voorts houdt het hof per kweekruimte overeenkomstig genoemd rapport rekening met de afschrijvingskosten, de kosten voor het aanschaffen van de planten en de variabele kosten. Met kosten voor het knippen van de planten zal het hof - anders dan in het rapport - geen rekening houden, omdat niet is gebleken dat de verdachte hiervoor kosten heeft gemaakt.
De totale kosten zijn als volgt:
Ruimte 1: € 1.559,60
Ruimte 2: € 1.033,74
Ruimte 3: € 1.169,70
Huurkosten: € 2.166,30
Totaal kosten: € 5.929,34
Wederrechtelijk verkregen voordeelGelet op het bovenstaande stelt het hof het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op (€ 47.822,40 - € 5.929,34 =) € 41.893,06.
Vaststelling van de betalingsverplichtingTer terechtzitting in hoger beroep is namens de betrokkene aangevoerd dat hij niet over voldoende draagkracht beschikt om aan een eventuele betalingsverplichting ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel te kunnen voldoen. Naar het oordeel van het hof is evenwel, in het licht van de hoogte van het te betalen bedrag, niet aannemelijk geworden dat de betrokkene in de toekomst niet een zodanig inkomen zal kunnen genieten dat zijn redelijkerwijs te verwachten draagkracht toereikend zal zijn om het bovengenoemde bedrag te betalen.
Het hof verwerpt het verweer en zal de betrokkene de verplichting opleggen het laatste hiervoor genoemde bedrag aan de staat te betalen.
[…].”
1. De verklaring van de betrokkene.De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 24 januari 2020 verklaard - zakelijk weergegeven -:
Ik heb in de periode van 29 januari 2016 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] in een pand aan [c-straat 1] hennepplanten geteeld. Ik heb in de periode van 29 januari 2016 tot en met 20 mei 2016 aldaar ook de daarvoor benodigde elektriciteit gestolen. Ik heb de hennepkwekerij opgezet. Ik heb het alleen gedaan.
Ik woonde niet in de woning. Ik had daar alleen de hennepkwekerij. Ik heb de woning gehuurd bij Vestia. Ik betaalde huur.
2. Een proces-verbaal, zijnde een Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e, 2de lid Sr.d.d. 11 oktober 2017 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2016164728-16. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 63 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Naar aanleiding van het proces-verbaal 2016164728 gedateerd 20 mei 2016, heb ik een onderzoek ingesteld naar het wederrechtelijk verkregen voordeel van:
[betrokkene] geboren [geboortedatum] 1992.
OnderzoeksperiodeVan 7 maart 2016 tot 1 augustus 2016
Ter beschikking staande gegevensHet rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie van 1 november 2010, waarin standaardberekeningen en normen met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht zijn vermeld.
Op vrijdag 20 mei 2016 omstreeks 11:50 uur is door de politie een onderzoek ingesteld aan [c-straat 2] te [plaats] . De woning is gelegen op de [c-straat 2] van een woonblok van 18 verdiepingen. De woning bestaat uit één woonlaag. In de hal voor de woning lagen aarde en plantenresten op de grond. Ook werd in de hal de geur van hennep waargenomen.
Op vrijdag 20 mei 2016 omstreeks 12:00 uur is door de politie en externe partners de woning aan het [c-straat 2] te [plaats] op grond van artikel 9, lid 1 onder b, van de Opiumwet binnengetreden.
In de woning werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In totaal werden er 528 hennepplanten aangetroffen in drie verschillende ruimtes.
OpbrengstDe bruto opbrengst van de hennepkwekerij is per ruimte berekend:
Kweekruimte 1
De oppervlakte van de ruimte betrof 12,4 m2. In deze ruimte stonden 220 hennepplanten. Per m2 stonden er 17 hennepplanten (220 planten : 12,4 m2). Uit de tabel van het BOOM rapport van 1 november 2010 blijkt de opbrengst van 1 hennepplant bij 17 hennepplanten per m2 27.2 gram te zijn. Ruimte 1 leverde 5.98 kilogram op aan hennep (220 planten x 27.2 gram per plant). Uit de tabel blijkt dat een kilogram hennep € 3280,- oplevert. De bruto opbrengst van ruimte 1 betrof € 19614,40 (€ 3280, - x 5.98 kilogram).
Kweekruimte 2
De oppervlakte van de ruimte betrof 9,4 m2. In deze ruimte stonden 143 hennepplanten. Per m2 stonden er 15 hennepplanten (1.43 planten : 9,4 m2). Uit de tabel van het BOOM rapport van 1 november 2010 blijkt de opbrengst van 1 hennepplant bij 15 hennepplanten per m2 28.2 gram te zijn. Ruimte 1 leverde 4.03 kilogram op aan hennep (143 planten X 28.2 gram per plant). Uit de tabel van het BOOM rapport van 1 november 2010 blijkt dat een kilogram hennep € 3280,- oplevert. De bruto opbrengst van ruimte 2 betrof € 13218,40 (€ 3280,- x 4.03 kilogram).
Kweekruimte 3
De oppervlakte van de ruimte betrof 9,6 m2. In deze ruimte stonden 16.5 hennepplanten. Per m2 stonden er 165 hennepplanten (165 planten : 9,4 m2). Uit de tabel van het BOOM rapport van 1 november 2010 blijkt de opbrengst van 1 hennepplant bij 16 hennepplanten per m2 27.7 gram te zijn. Ruimte 1 leverde 4.57 kilogram op aan hennep (165 planten X 27.7 gram per plant). Uit het tabel van het BOOM rapport van 1 november 2010, blijkt dat een kilogram hennep € 3280,- oplevert. De bruto opbrengst van ruimte 3 betrof € 14989,60 (€3280,- x 4.57 kilogram).
Totale opbrengst (bruto)Totaal per oogst van de drie ruimtes:
Ruimte 1 (5.98 kilogram) € 19614,40 euro
Ruimte 2 (4.03 kilogram) € 13218,40 euro
Ruimte 3 (4.57 kilogram) € 14989,60 euro +
(14.58 kilogram) € 47822,40 euro
Onderbouwing aantal eerdere oogsten:In de vermelde berekening van het wederrechtelijke verkregen voordeel is uitgegaan van één (1) reeds eerder gerealiseerde oogst. Uitgangspunt is een gemiddelde kweekcyclus van 10 weken per oogst. De vermelde eerdere oogst is vastgesteld op basis van een ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken:
Hennepresten- Er werden verdroogde resten van hennepplanten aangetroffen in vuilniszakken in de gang en woonkamer.
- Er werd hennepafval aangetroffen in alle drie de kweekruimtes en in vuilniszakken die in de woonkamer stonden.
KalkafzettingIn de drie kweekruimten bevond zich kalkafzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten. De hoogte van de kalkafzetting aan de onderzijde van de potten en op het zeil tegen de opstaande rand kwam overeen.
Stof op koolstoffiltersDe aangetroffen koolstoffilters waren in de kwekerij bevestigd middels kettingen aan een balk. Het filterdoek van de koolstoffilters was vervuild. Bij het verplaatsen van de bevestiging bleek dat op de plaats(en) waar deze was aangebracht, het filterdoek een aanzienlijk lichtere kleur vertoonde ten opzichte van de kleur van het overige filterdoek. Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in de kwekerij is opgetreden nadat de koolstoffilters in de kwekerij waren bevestigd. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van. het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij, komen deze stofdeeltjes op het filterdoek terecht.
VerkleuringHet hout van de latten waaraan de assimilatielampen waren opgehangen was verkleurd op de plaatsen waar de lampen waren bevestigd aan de lat.
Stof op voorwerpenEr lag stof op:
- De kappen van de armaturen van de assimilatielampen.
- Het stoffilter van de koolstofcilinder.
Potgrond/wortelrestenIn de woonkamer en L-vormige hal waren een aantal (vuilnis)zakken met potgrond aangetroffen. In deze potgrond bevonden zich gebruikte stekblokjes/rondjes en wortelresten. Verder hadden diverse stukken samengeperste potgrond dezelfde vorm en inhoud als de lege potten die in de kwekerij waren aangetroffen. Aannemelijk is dat deze potgrond zich in een eerder stadium in deze potten had bevonden.
In de kweekruimtes waren potten met potgrond aangetroffen. In deze potgrond bevonden zich wortelresten van hennepplanten, wat er op duidt dat er sprake is geweest van een eerdere oogst.
KostenDe in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport Boom van 1 november 2010 per ruimte als volgt:
Ruimte 1:
Afschrijvingskosten: € 200,-
Hennepstekken: (220 planten x € 2,85) = € 627,-
Variabele kosten: (220 planten x € 3,33) = € 732,60
Ruimte 2:
Afschrijvingskosten: € 150,-
Hennepstekken: (143 planten x € 2,85) = € 407,55
Variabele kosten: (143 planten x € 3,33) = € 467,19
Ruimte 3:
Afschrijvingskosten: € 150,-
Hennepstekken: (165 planten x € 2,85) = € 470,25
Variabele kosten: (165 planten x € 3,33) = € 549,45
3. Een proces-verbaal van bevindingen,d.d. 8 december 2016 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2016164728-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 42 e.v.):
In de huurovereenkomst voor de zelfstandige woning gelegen aan [c-straat 2] te [plaats] , op de [plaats] woonlaag, is een overeenkomst gesloten tussen Stichting Vestia en [betrokkene] , geboren [geboortedatum] 1992. In de huurovereenkomst werd een huurperiode aangegaan met ingang van 29 januari 2016 voor onbepaalde tijd. Het door de huurder verschuldigde bedrag aan de Stichting Vestia komt op € 866,52 per maand.”
Ik heb in de periode van 29 januari 2016 tot en met 20 mei 2016 te [plaats] in een pand aan [c-straat 1] hennepplanten geteeld. Ik heb in de periode van 29 januari 2016 tot en met 20 mei 2016 aldaar ook de daarvoor benodigde elektriciteit gestolen. Ik heb de hennepkwekerij opgezet om van schulden af te komen. U bespreekt met mij het ontnemingsrapport. De eerdere oogst die daarin wordt genoemd is mislukt. De luchtcirculatie was niet goed. De planten groeiden niet goed. Ik wilde de planten weghalen en ik heb nieuwe planten neergezet. Voordat ik het wist was ik opgepakt. Het invoeren van de lucht wordt geregeld via een kist die bovenin hangt. Er kwam geen goede lucht van buiten naar binnen. Er was niet genoeg zuurstof voor de planten en daarom groeiden ze niet goed. Ze groeiden wel, maar ze werden niet goed en compact. Ik kon ze nergens kwijt omdat ze niet goed waren. Ik heb alles weggehaald en in zakken gedaan. De zakken heb ik in de vuilcontainer gegooid. Er kan wat afval zijn achtergebleven. Ik heb dat in gedeeltes gedaan. Ik ga niet continu met zakken door het gebouw lopen. Ik nam steeds een paar zakken mee en die gooide ik weg. Ondertussen ben ik ook opnieuw begonnen. Het afval dat is gevonden was wat ik nog niet had weggegooid van de mislukte oogst. De nieuwe planten waren nog te klein om te oogsten. U bespreekt met mij de aangifte van Stedin Netbeheer B.V. Het klopt dat er een eerdere oogst is geweest, maar die is mislukt. De oudste raadsheer merkt op dat een getuige heeft verklaard over meerdere mannen in de lift. Ik weet niet wat die mevrouw heeft gezien. Het zegt me niets. Ik heb het alleen gedaan. Als het gelukt zou zijn, zou ik mijn schulden hebben kunnen afbetalen, maar mijn schulden zijn nog steeds hetzelfde. Ik woonde niet in de woning. Ik had daar alleen de hennepkwekerij. Ik heb de woning gehuurd bij Vestia. Ik betaalde huur.
Op een vraag van zijn raadsman antwoordt de verdachte:
Ik wist dat de oogst mislukt was omdat de planten er niet goed uitzagen. Er zitten altijd wel een paar bruine blaadjes tussen, maar bij mij waren er meer bruin dan zou moeten.
[…]
De raadsman voert het woord tot verdediging en deelt mede: Mijn cliënt heeft aangegeven dat de eerste oogst mislukt is. Mijn cliënt heeft de hennepkwekerij opgezet om van zijn schulden af te komen. Die schulden zijn er nog steeds, zoals mijn cliënt heeft verklaard tijdens zijn verhoor, een jaar nadat de hennepkwekerij is aangetroffen. Als de oogst gelukt was, had hij zijn schulden kunnen afbetalen. Dat mijn cliënt bij zijn verhoor heeft verklaard dat hij een schuld had van ongeveer € 12.000,- impliceert dat de oogst daadwerkelijk is mislukt. Ik verzoek u de vordering af te wijzen. Subsidiair verzoek ik om matiging door rekening te houden met de draagkracht van mijn cliënt. Hij heeft geen inkomen.
[…]”