Conclusie
Overneming van het door het Hof in zijn vonnis van 31 maart 2016 gebezigde bewijs (voor zover thans nog aan de orde)
Bewijsoverwegingen
Uit misdrijf afkomstig’
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en BES-eilanden, waarin verdachte is veroordeeld voor gewoontewitwassen van circa 1.258 kilogram goud en grote geldbedragen, met betrekking tot export van goud uit Venezuela zonder exportvergunning.
De Hoge Raad bespreekt vijf klachten over de bewijsvoering. De eerste twee klachten betreffen het oordeel dat het goud zonder exportvergunning uit Venezuela is geëxporteerd en dat daarbij strafbare feiten als valsheid in geschrift zijn gepleegd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit voldoende heeft gemotiveerd en dat het goud daardoor als afkomstig uit misdrijf kan worden aangemerkt, ondanks dat het directe bewijs van het gronddelict ontbreekt.
De derde klacht richt zich op het ontbreken van onderbouwing van de stelling van verdachte dat het goud afkomstig was van een Colombiaanse firma. De Hoge Raad stelt dat verdachte geen concrete, verifieerbare verklaring heeft gegeven en dat het onderzoek van het OM deze stelling heeft weerlegd.
De vierde klacht betreft de maatstaf die het hof hanteert voor het bewijs dat het goud uit misdrijf afkomstig is. De Hoge Raad bevestigt dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast, namelijk dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is.
De vijfde klacht betreft de herinvestering van geld uit de goudtransporten in vervolgtransporten, waardoor ook het vervolgtransportgoud uit misdrijf afkomstig is. De Hoge Raad acht deze overweging niet onbegrijpelijk en wijst de klacht af. Het cassatiemiddel faalt in alle onderdelen en wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring en strafoplegging wegens gewoontewitwassen van goud afkomstig uit misdrijf.