Conclusie
1.Overzicht
geschilis of het koersresultaat op de resterende betalingsverplichting ultimo 2014 ten laste van de winst kan worden gebracht of wegvalt tegen navenant hogere waardering van het recht op levering van het vliegtuig.
hedge accountingof samenhangende waardering, als wel over kostprijsbepaling. De voornaamste vraag is wat begrepen moet worden in de kostprijs en daarmee de afschrijvingsbasis van het vliegtuig. Het abstracte antwoord is: al hetgeen de ondernemer ten koste heeft gelegd voor de verkrijging en operationalisering van het bedrijfsmiddel. Activering is al mogelijk op het moment van bestellen, maar afschrijven is pas mogelijk na levering. Dat pleit ervoor, en dat doet de literatuur dan ook, om de kostprijs van een bedrijfsmiddel te bepalen bij levering, tenzij de kostprijs al eerder vaststaat door (volledige) betaling vóór levering, of door aankoop en aanhouding van de voor de (restant)koopsom benodigde contractvaluta, of door afdekking van (valuta)risico’s op de (restant)koopsom (de afdekkingskosten behoren dan tot de kostprijs). Wordt pas betaald ná levering, dan meen ik dat het verband tussen het recht op levering (dat verdwijnt) en de betalingsverplichting verbreekt, met name gegeven dat vanaf levering afgeschreven moet worden op een kostprijs, zodat vanaf levering een zelfstandig valuta resultaat op de post ‘crediteuren’ wordt behaald.
hedged), staan de betalingsverplichting en het recht op levering rechtstreeks en onverbrekelijk tegenover elkaar. Dat betekent mijns inziens dat het ultimo 2014 weinig kan schelen tegen welke waarde de betalingsverplichting wordt gepassiveerd, als het maar tegen dezelfde waarde is als die waarvoor het daar onlosmakelijk tegenover staande recht op levering wordt geactiveerd. De belanghebbende kan kiezen voor de omrekenkoers van de dag van aanbetaling, mits zij ook haar recht op levering op datzelfde bedrag stelt; zij kan ook kiezen voor omrekening tegen de eindejaarskoers (of een gemiddelde koers, of een verwachte koers), mits zij haar recht op levering op hetzelfde bedrag zet. Alleen het balanstotaal wordt mijns inziens beïnvloed door de keuze, maar niet de verlies- en winstrekening.
isde kostprijs van het te leveren vliegtuig in aanbouw. Die twee waarden kunnen mijns inziens niet ongelijk zijn, zodat daar niets aan te onderzoeken of te motiveren valt. Belanghebbendes standpunt lijkt mij onrealistisch: elke ongerealiseerde winst of verlies in euros op haar betalingsverplichting in dollars op balansdatum 2014 is theoretisch en valt steeds weg tegen de even theoretische en even grote ongerealiseerde waardestijging of -daling in euros van haar recht op levering.
Market maker-arrest HR
BNB2014/116 dat samenhangend moet worden gewaardeerd omdat de waardecorrelatie 100% is.
unhedgedin vreemde valuta bestelde voorraden die op balansdatum noch betaald, noch geleverd zijn.
Dogmatischvalt daar in abstracto misschien weinig meer over te zeggen dan dat dier goedkoopmannelijke waardering afhangt van de aard van het bedrijf en diens voorraad, de frequentie van diens voorinkopen, de doenlijkheid en zinvol/loosheid van het bijhouden van koersontwikkelingen en de mate van feitelijke of gecontracteerde afdekking van het valutarisico op de voorraden. Omdat het echter bij voorraden om een fiscaal-temporeel aanmerkelijk kleiner belang gaat dan bij bedrijfsmiddelen, lijkt mij
praktischdat bij
unhedgedin vreemde valuta bestelde voorraden het eenvoudsbeginsel van veel groter belang is en dat dat meebrengt dat behoudens bijzondere omstandigheden uitgangspunt kan zijn dat
unhedgedin vreemde valuta bestelde voorraden gewaardeerd kunnen worden naar de valutakoers van het moment van bestellen en dat valutaresultaten op de betalingsverplichting rechtstreeks als lopende uitgaven de verlies- en winstrekening in gaan.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
BNB2009/271 [4] , maar zij volgt wel het standpunt van de Inspecteur dat de nog niet verschuldigde en nog niet rentedragende restantkoopsom onlosmakelijk samenhangt met het daartegenover staande recht op levering van het vliegtuig. Zij acht het dan in strijd met goed koopmansgebruik om een valutaverlies te nemen op de toekomstige betalingsverplichting. Het gestelde verlies behoort tot het uiteindelijk voor het vliegtuig opgeofferde bedrag in euros en daarmee tot de kostprijs.
BNB1971/236 [6] volgt dat tot de aanschaffingskosten van een bedrijfsmiddel naast de koopprijs ook de bedragen moeten worden gerekend die uit de onderneming beschikbaar moeten worden gesteld om het bedrijfsmiddel te verkrijgen. Een valutaresultaat op de toekomstige betalingsverplichting behoort tot de aanschafkosten van het vliegtuig en komt via jaarlijkse afschrijving op het vliegtuig tot uitdrukking in de verlies- en winstrekening. Hoewel het niet om een
Cacaobonen-geval van samenhangende waardering gaat (HR
BNB2009/271), correleert een ongerealiseerd valutaverlies op de toekomstige betalingsverplichting met een even grote ongerealiseerde valutawinst op de kostprijs. Dan is het in strijd met het realiteitsbeginsel van goed koopmansgebruik om een ongerealiseerd valutaverlies op de resterende betalingsverplichting ineens ten laste van de winst te brengen. De belanghebbende heeft volgens het Hof door het niet-afdekken van het valutarisico op haar betalingsverplichting het risico op wisselkoersverandering welbewust aanvaard, zodat er geen reden is om het valutaresultaat niet tot de door de ondernemer voor de aanschaf van het bedrijfsmiddel ten koste gelegde uitgaven te rekenen.
NTFR2020/3308) is het eens met de feitenrechters. Tot het moment van verschuldigdheid van de resterende koopsom is een ongerealiseerd valutaverlies op die verplichting een communicerend vat met een even grote ongerealiseerde valutawinst op de aanschafkosten van het vliegtuig. Het valutaresultaat is uiteindelijk onderdeel van de kostprijs van het vliegtuig. Dit strookt met het
Cacaobonen-arrest HR
BNB2009/271 en het
Market maker-arrest HR
BNB2014/116. [7]
FED2021/60) is het kennelijk eens met de feitenrechters, maar maakt zich zorgen over de praktische gevolgen voor met name voorraadwaardering als u de Hofuitspraak zonder meer bevestigt zonder een uitzondering voor voorraden op basis van het eenvoudsbeginsel. Deze auteur stelt de vraag:
BNB1957/240 geoordeeld dat bij de waardering van de voorraad rekening mag worden gehouden met voorinkopen en -verkopen (vgl. het cacaobonen-arrest;
FED2009/52). Mijns inziens kan de uitkomst van onderhavige procedure dan óók relevant zijn voor de waardering van voorraden. Juist bij de waardering van voorraden met voorinkopen en -verkopen en doorlopende mutaties heeft de benadering van het hof mogelijk verstrekkende praktische gevolgen.
FED2014/86 heeft beoogd een onderscheid aan te brengen tussen toekomstige betalingsverplichtingen en reeds verschuldigde bedragen (‘echte’ schulden). Het feit dat activering van aanschaffingskosten bij het aangaan van verplichtingen een keuze betreft, betekent nog niet dat deze keuze geen effect kan hebben op de jaarwinstbepaling. Keuzes onder goed koopmansgebruik hebben nu eenmaal gevolgen voor de jaarwinstbepaling. Is er voor de jaarwinstbepaling dan wel een relevant onderscheid – voor wat betreft valutaresultaten – tussen toekomstige betalingsverplichtingen en ‘echte’ schulden?
3.Het geding in cassatie
hedge-transacties, aldus de Staatssecretaris. Per saldo is er in casu geen vermogensmutatie. Het strookt volgens hem dan ook met uw vaste jurisprudentie [8] over samenhangend waarderen dat geen verlies kan worden genomen.
4.Goed koopmansgebruik
swaps, heb ik de hoofdregels van het fiscale goede koopmansgebruik als volgt samengevat:
BNB1957/208 [10] geldt dat de fiscale winstbepaling in beginsel aansluit bij bedrijfseconomische inzichten, maar haar eigen weg gaat als de belastingwet anders voorschrijft of als de algemene opzet of een beginsel van de belastingwet anders eist. Discussie over de koppeling met bedrijfseconomische opvattingen bestaat met name in het kader van de vraag in hoeverre de kaders voor de commerciële jaarverslaggeving IFRS, IAS en/of de RJ maatgevend zijn. [11]
matchingsbeginselen voort: aan elk jaar moeten de opbrengsten en uitgaven worden toegerekend die op dat jaar betrekking hebben [13] en uitgaven moeten zoveel mogelijk ten laste komen van het jaar waarin de opbrengsten worden verantwoord met het oog waarop de uitgaven zijn gedaan. [14]
matching). In onder meer HR
BNB1958/6 [15] en HR
BNB1959/357 [16] overwoog u dat de aanschaffings- en voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen niet tot de lopende bedrijfsuitgaven behoren, maar via activering ten laste moeten komen van de jaren waarin de bedrijfsmiddelen worden gebruikt. In HR
BNB2014/173 [17] en HR
BNB2014/178 [18] oordeelde u dat een bedrijfsmiddel al kan worden geactiveerd op het tijdstip waarop verplichtingen worden aangegaan tot verwerving ervan.
winstenop de betalingsverplichting hoeven op grond van hetzelfde voorzichtigheidsbeginsel en van het realisatiebeginsel niet genomen te worden vóór betalingsdatum. [19] Uw
Valutahedge-arrest HR
BNB2004/214 [20] lijkt wel
toe te staandat op een vordering in vreemde valuta ongerealiseerde winst wordt genomen:
verplichtingenin vreemde valuta.
Bestelling van een bedrijfsmiddel in vreemde valuta zonder (vooruit)betaling ineens
Baksteenarrest HR
BNB1998/409 [22] - aan te nemen dat vanaf het moment van bestellen een voldoende ‘redelijke mate van zekerheid’ bestaat dat geleverd zal worden en dat dus betaald zal moeten worden; reden om activering en daartegenover passivering toe te staan vanaf het moment van aangaan van verplichtingen. Noch op dat moment, noch per ultimo 2014 wordt echter enig valutaresultaat gerealiseerd en op geen van beide momenten valt iets te zeggen over de vraag of enig valutaresultaat gerealiseerd
zalworden en zo ja, welk. Dat pleit er mijns inziens voor om tot het moment van restbetaling zowel te activeren als te passiveren naar de dollarkoers per aanbetalingsdatum. Elke andere waardering is een gok, althans een profetie, althans niet beter dan die naar de dollarkoers per aanbetaling.
BNB2009/271 en uw (overige)
Hedge-jurisprudentie. [26] Ik meen dat in belanghebbendes geval beide methoden naar gelijke waardering van het vliegtuig en de betalingsverplichting wijzen.
BNB2001/139 [32] over een deelneming die gedeeltelijk werd verworven tegen een
earn out-verplichting. Van Soest concludeerde:
=Anschaffungskosten; SN) betreffen. [33] ”
6.Beoordeling
hedge accountingof samenhangende waardering, als wel over kostprijsbepaling. De voornaamste vraag is wat begrepen moet worden in de kostprijs en daarmee de afschrijvingsbasis van het vliegtuig. Het abstracte antwoord is: al hetgeen de ondernemer ten koste heeft gelegd voor de verkrijging en ingebruikneming van het bedrijfsmiddel. [34] Activering kan al bij bestelling,
i.e.bij het aangaan van verplichtingen (zie HR
BNB2014/173 [35] en HR
BNB2014/178 [36] in onderdeel 5.2 hierboven), maar afschrijven kan pas na levering en ingebruikneming, om twee redenen: (i) pas dan functioneert het bedrijfsmiddel als bedrijfsmiddel en pas dan slijt het (dus) door gebruik in het ondernemingsproces, en (ii) pas dan staat vast
waaropafgeschreven moet worden (de integrale kostprijs). [37]
matchingbeginsel. Met Niekel meen ik echter dat als een ondernemer niet betaalt uiterlijk bij levering van het bedrijfsmiddel, hij het verband tussen zijn recht op levering en zijn betalingsverplichting verbreekt (het recht op levering verdwijnt immers) en vanaf dat moment een zelfstandig resultaat behaalt op de post ‘crediteuren’. Ik voeg daaraan toe dat met de afschrijving op het bedrijfsmiddel niet eerder, maar ook niet later kan worden begonnen dan het moment van levering, althans ingebruikneming, waarvoor een kostprijs nodig is.
isde kostprijs van het te leveren vliegtuig in aanbouw. Die twee waarden kunnen onmogelijk niet aan elkaar gelijk zijn; daar valt mijns inziens niets aan te onderzoeken of te motiveren. Belanghebbendes standpunt lijkt mij onrealistisch: elke ongerealiseerde winst of verlies in euros op haar betalingsverplichting in dollars op balansdatum 2014 is theoretisch en valt steeds weg tegen de precies even theoretische en precies even grote ongerealiseerde waardestijging of -daling in euros van haar recht op levering van het vliegtuig.
Market maker-arrest HR
BNB2014/116 [38] relevant:
BNB1959/304). Is de waarde in het economische verkeer van de bezittingen lager dan de kostprijs, dan staat goed koopmansgebruik toe te waarderen op die lagere waarde.
BNB2009/271).”
7.Wat, als?
Wat, als de belanghebbende de hele koopprijs meteen had betaald?
hedge-contract (de omwissel- c.q.
hedging-kosten zijn onderdeel van de kostprijs van het vliegtuig) en in beide gevallen is de correlatie tussen de valuta-ontwikkeling van het recht op levering en de valuta-ontwikkeling van de resterende betalingsverplichting 100% omdat de correlatie tussen de
hedgeen de betalingsverplichting 100% is, dus zeer ruim binnen de cacaobonen-marge van 80 tot 125% van HR
BNB2009/271. Op balansdatum 2014 staan beide waarden dus op de waarden van de aanbetalings/afdekkingsdatum en zij blijven daarop staan tot het moment van levering/betaling.
unhedgedin vreemde valuta bestelde voorraad afhangt van de aard van het bedrijf en van de voorraad, de frequentie van voorinkopen, de doenlijkheid en zinvol/loosheid van het bijhouden van koersontwikkelingen en de mate van feitelijke of gecontracteerde afdekking van het valutarisico op de voorraden. Omdat het echter bij voorraden om een fiscaal-temporeel kleiner belang gaat dan bij bedrijfsmiddelen (hoogstens één balansdatum, terwijl bij bedrijfsmiddelen de consequenties van de kostprijsbepaling gedurende de volle afschrijvings- of gebruikstermijn voortduren, en als gevolg van HIR-mogelijkheden wellicht nog veel langer), lijkt mij dat
praktischbij
unhedgedin vreemde valuta bestelde voorraden het eenvoudsbeginsel een veel grotere rol speelt dan bij
unhedgedin vreemde valuta bestelde bedrijfsmiddelen. [41] Dat lijkt mee te brengen dat goed koopmansgebruik toelaat dat
unhedgedin vreemde valuta bestelde voorraden en de daartegenover staande betalingsverplichting gewaardeerd worden naar de valutakoers van het moment van bestellen en dat een bij betaling gerealiseerd valutaresultaat de verlies- en winstrekening in gaat. Op een tussen bestelling en levering/betaling liggende balansdatum wordt dan geen valutawinst of -verlies genomen. De praktijk is u denkelijk dankbaar als u – in deze zaak ten overvloede – een dergelijke handelwijze tot aanvaardbaar koopmansgebruik zou verklaren.