ECLI:NL:PHR:2021:75
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek Arnhemse Villamoord wegens intrekking bekentenis afgewezen
De zaak betreft een gewelddadige overval op een villawoning in Arnhem op 2 september 1998, waarbij een vrouw werd gedood en een andere gewond. De aanvrager werd in 1999 veroordeeld voor medeplegen van deze overval en de daaraan verbonden diefstal met geweld.
In 2020 diende de aanvrager een herzieningsverzoek in, gebaseerd op zijn intrekking van een eerder afgelegde bekennende verklaring, die volgens hem onder druk en geweld was afgedwongen. Hij stelde dat hij en zijn medeverdachten niets met het misdrijf te maken hadden en dat de politie hem psychologisch had gemarteld.
De Advocaat-Generaal (AG) concludeert dat de intrekking van de bekentenis geen nieuw gegeven oplevert in de zin van artikel 457 Sv Pro, omdat de rechtbank en het hof destijds uitgebreid de betrouwbaarheid van de verklaring hadden onderzocht. De AG oordeelt dat ondanks mogelijke twijfel over het bewijs, dit niet leidt tot een onveilige veroordeling die herziening rechtvaardigt.
De Hoge Raad volgt het advies van de AG en verklaart het herzieningsverzoek ongegrond. De zaak benadrukt de hoge drempel voor herziening en het belang van het bewijs zoals beoordeeld in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Herzieningsverzoek wordt afgewezen; veroordeling blijft ongewijzigd.