Conclusie
2.De procesgang
(..) Ik ben huisvrouw. Ik werk niet voor een baas. Ik doe het huishouden. (..) Voor de dingen die ik doe ontvang ik geen loon of salaris. Ik ontvang huishoudgeld van mijn man. (..) Ik heb nooit een uitkering gehad.
Mijn man handelt in vastgoed. Hij regelt alles.
De huren worden zowel contant als ook via de bank door de huurders betaald. Ik bemoei mij hier verder niet mee. Mijn man behartigt alle zaken. Dus ook het innen van de huur.”
3.De beschikking
Uit het voorgaande volgt dat het beklag in al zijn onderdelen ongegrond is.“