Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.Bespreking van het principaal cassatieberoep
ongeacht de hoogte van de door partijen zelf overeengekomen huurprijs.Dat is begrijpelijk. In verband met de bescherming die met sociale huur aan de huurder wordt geboden, behoort de vraag of de regels met betrekking tot sociale huur van toepassing zijn, niet gehéél aan partijen te worden overgelaten (vergelijk hierna 4.4 onder a). Wel moet dus een partij binnen zes maanden na aanvang van de huur in beweging komen. Uiteraard is die partij in de praktijk steeds de huurder.
onder de liberalisatiegrens, dan spreekt de huurcommissie uit dat zij de overeengekomen huurprijs niet redelijk acht, met vermelding van de volgens haar wel redelijke huurprijs (art. 11 lid 3 UHW Pro). Komt een zodanige huurprijs onherroepelijk vast te staan (hetzij omdat partijen zich bij de uitspraak van de huurcommissie neerleggen, hetzij omdat ook de kantonrechter de redelijke huurprijs vaststelt op een bedrag onder de liberalisatiegrens), dan is de consequentie dat voor deze woonruimte – waarvoor partijen een huurprijs waren overeengekomen die boven de liberalisatiegrens ligt – alsnog het regime van sociale huur van toepassing wordt (art. 11 lid 4 tweede Pro volzin UHW). [12]
boven de liberalisatiegrens, dan spreekt de huurcommissie uit dat de overeengekomen huurprijs redelijk is (art. 11 lid 4 eerste Pro volzin UHW). Die redelijkheid berust er in dit geval uiteraard niet op dat de overeengekomen huurprijs in overeenstemming is met de waardering van de maximale huurprijs door de huurcommissie aan de hand van het puntenstelsel (de overeengekomen huurprijs is hóger dan de maximale huurprijsgrens). Nee, die redelijkheid berust in plaats daarvan op de vrijheid van partijen om met betrekking tot een woning die volgens die waardering binnen de vrijesectorhuur valt, een huurprijs bóven de maximale huurprijsgrens overeen te komen. Kortom, de prijs is redelijk omdat hij vrij is.
definitiefbeslist: art. 7:262 lid 2 BW Pro bepaalt dat tegen de beslissing van de kantonrechter geen hogere voorziening openstaat.
inhoudvan die uitspraak in het zich hier voordoende geval dat de maximale huurprijsgrens van de woonruimte boven de liberalisatiegrens ligt, gelet op art. 11 lid 4 UHW Pro behoorde te zijn dat de door partijen overeengekomen huurprijs redelijk is, maakt dat niet anders. Kortom, de wijze waarop de wetgever de regels met betrekking tot de toetsing van de aanvangshuurprijs in het geval van huur van zelfstandige woonruimte heeft ingericht, wijst er niet op dat de door de kantonrechter gegeven onjuiste toepassing van art. 11 lid 4 UHW Pro de kwalificatie verdient dat daarmee buiten het toepassingsgebied van die bepaling is getreden. [22]