(i) een akte instellen hoger beroep van 1 juli 2020 waaruit blijkt dat de verdachte ten tijde van het instellen van hoger beroep woonde op het adres [b-straat 1] te [plaats] ;
(ii) een Informatiestaat SKDB-persoon van 12 maart 2021 die onder meer inhoudt dat:
- het adres [b-straat 1] te [plaats] een historisch BRP-adres betreft;
- de verdachte met ingang van 4 december 2020 in de BRP staat geregistreerd als “Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW)”;
- de verdachte op 12 maart 2021 niet was gedetineerd;
- [c-straat 1] te [plaats] sinds 30 september 2013 is geregistreerd als de laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van de verdachte;
(iii) een op 12 maart 2021 gedateerde dagvaarding van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2021, waarbij als adres van de verdachte is vermeld
[b-straat 1] te [plaats];
(iv) een akte van uitreiking, die inhoudt dat die dagvaarding op 19 maart 2021 op het adres [b-straat 1] te [plaats] niet kon worden uitgereikt, omdat de verdachte daar niet (meer) woont;
(v) een door een medewerker van het openbaar ministerie ondertekende akte van uitreiking die inhoudt dat de dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2021 met als adres [b-straat 1] te [plaats] op 25 maart 2021 is uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie en dat voorts op die datum een afschrift van die dagvaarding is verzonden naar het adres [b-straat 1] te [plaats] ;
(vi) een op 12 maart 2021 gedateerde dagvaarding van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2021, waarbij als adres van de verdachte is vermeld
[c-straat 1] te [plaats];
(vii) een akte van uitreiking, die inhoudt dat die dagvaarding op 18 maart 2021 op het adres [c-straat 1] te [plaats] niet kon worden uitgereikt, omdat de verdachte daar niet (meer) woont;
(viii) een door een medewerker van het openbaar ministerie ondertekende akte van uitreiking die inhoudt dat de dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2021 met als adres [c-straat 1] te [plaats] op 24 maart 2021 is uitgereikt aan een medewerker van het openbaar ministerie omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats bekend is en dat voorts op 24 maart 2021 een afschrift van die dagvaarding is verzonden naar het adres [c-straat 1] te [plaats] ;
(ix) een op 12 maart 2021 gedateerde dagvaarding van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2021, waarbij als adres van de verdachte is vermeld: “
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande”;
(x) een akte van uitreiking die inhoudt dat die dagvaarding op 12 maart 2021 is uitgereikt aan de medewerker van het openbaar ministerie omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is;
(xi) Informatiestaten SKDB-persoon van achtereenvolgens 24 en 25 maart 2021 inhoudende dat:
- de verdachte met ingang van 4 december 2020 in de BRP is geregistreerd als “Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW)”;
- de verdachte op 24 maart 2021, respectievelijk 25 maart 2021 niet gedetineerd was;
- [c-straat 1] te [plaats] op 30 september 2013 is geregistreerd als de laatst opgegeven woon- of verblijfplaats van de verdachte;
(xii) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 mei 2021 dat, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende inhoudt: