Conclusie
Inleiding
Het tweede middel en de bespreking daarvan
NJ2010/77).
Het eerste middel en de bespreking daarvan
Slotsom
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair zestig dagen hechtenis, wegens meervoudige verduistering. De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof onjuist had geoordeeld over het ontbreken van een burgerpseudodienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in art. 126ij Sv, waardoor het bewijs onrechtmatig zou zijn verkregen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat geen sprake was van burgerpseudodienstverlening omdat de verdachte niet door politie of openbaar ministerie was aangestuurd, maar slechts handelde zoals hij in het verleden had gedaan, namelijk het overhandigen van contant geld aan een medeverdachte. Het hof had dit oordeel voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk geacht.
Daarnaast werd het middel verworpen dat de bewezenverklaring van verduistering onvoldoende was onderbouwd. Het hof baseerde zich op verklaringen van de verdachte, financiële overzichten, en proces-verbalen van de Inspectie SZW. De verdachte had geld van Stichting [A] voor privédoeleinden gebruikt zonder bestuursbesluit, hetgeen het hof als opzet op wederrechtelijke toe-eigening kwalificeerde.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging en adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De veroordeling wegens verduistering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor meervoudige verduistering blijft in stand.