Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
NJ2007/649. In die beschikking overwoog de Hoge Raad het volgende:
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift van een klager tegen de inbeslagneming van een geldbedrag van €28.050,- in verband met een verdenking van overtreding van de Wet op de kansspelen (Wok). De rechtbank Den Haag verklaarde het klaagschrift ongegrond en behandelde het door de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, terwijl het volgens de Hoge Raad door de economische raadkamer had moeten worden behandeld.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en wettelijke bepalingen, waaronder art. 38 Wet Pro op de economische delicten (WED) en art. 52 RO Pro, die bepalen dat economische delicten exclusief door economische kamers van de rechtbank behandeld moeten worden. Dit geldt zowel voor misdrijven als overtredingen die onder de WED vallen.
De Hoge Raad constateert dat de enkelvoudige strafkamer ten onrechte het klaagschrift heeft behandeld en dat de economische raadkamer als raadkamer had moeten optreden. Hoewel niet relevant voor de cassatie wordt opgemerkt dat onduidelijk is of het feit opzettelijk is begaan en welke sancties van toepassing zijn.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het middel slaagt, de bestreden beschikking wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Den Haag voor een correcte behandeling door de economische raadkamer.
Uitkomst: De beschikking wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor behandeling door de economische raadkamer.