Verzoekster B.V. heeft bij procesinleiding van 15 december 2021 cassatieberoep ingesteld tegen een beslissing van de wrakingskamer van het hof Amsterdam. De procesinleiding was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, noch elektronisch ingediend via het webportaal van de Hoge Raad, zoals voorgeschreven in art. 426a lid 1 en art. 30c lid 1 Rv.
De griffie van de Hoge Raad heeft verzoekster B.V. hierop gewezen en de mogelijkheid geboden het verzuim binnen twee weken te herstellen door de procesinleiding opnieuw in te dienen met de juiste ondertekening en via het webportaal. Verzoekster B.V. heeft echter aangegeven het cassatieberoep zonder advocaat bij de Hoge Raad voort te zetten.
De Hoge Raad overweegt dat cassatieberoep in burgerlijke zaken alleen ontvankelijk is indien het wordt ingesteld door een advocaat bij de Hoge Raad en elektronisch wordt ingediend. Er is geen aanleiding voor een uitzondering op deze regel, ook niet indien het cassatieberoep is gericht tegen een wrakingskamerbeslissing en een doorbrekingsgrond wordt aangevoerd.
Daarom wordt verzoekster B.V. niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkheid wegens niet-naleving van de procesvoorschriften en het ontbreken van herstel binnen de gestelde termijn.